"Hoe heeft het Openbaar Ministerie haar juridische kooi door gebrek aan controle kunnen verlaten?" Mr. H.P. Wooldrik Hoofdofficier van Justitie arrondissementsparket Haarlem: "Eigenlijk zijn wij toch een volk van dominees en regenten. Van boven ons gesteld gezag en daar hoort ook de rechtspraak bij. De volksrechtbank met jury drukten wij meteen de kop in, terwijl de Duitsers, Belgen, Fransen en Engelsen er allemaal iets van hebben. De rechtspraak laat je niet over aan het gewone volk, vindt men, daar heb je autoriteiten voor." Bron: Groene Amsterdammer.

CENSUUR IN NEDERLAND ©

Stockholmsyndroom

Project BEZWAAR tegen Plan van Aanpak

Project BEZWAAR tegen HVP zorgverlener

Commissie bezwaarschriften

De school als informant van AMK, BJZ, RVDK zonder toestemming van de ouders belast met het gezag over een kind

Complot tegen rechtstaat I. Hop vraagt op 27 januari 1998: "Is er een complot Openbaar Ministerie tegen de democratische rechtsstaat?"

Complot tegen de rechtstaat II. Zijn de ouders van A. in het kader van een "jeugdzorg DOOFPOTOPERATIE" in een ONDERONSJE op 19 oktober 2009 met kinderrechter BARRAU al uit het gezag gezet voordat het Ministerie van Justitie Raad voor de Kinderbescherming op 20 oktober 2009 een verzoekschrift ging indienen? Het antwoord is JA!

De norm! Betere rechters in Nederland kenmerken zich door waarheidsvinding en niet als een PAPEGAAI de jeugdzorg NAPRATEN!

 

 

 

AANDACHTSVESTIGING!
Aan ALLE burgemeesters, gemeentesecretarissen, raadsgriffiers en ambtenaren gemeente of provincie in Nederland
Aan ALLE rechters in Nederland
Aan ALLE
pleegouders in Nederland
Aan ALLE medewerkers van scholen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van ziekenhuizen in Nederland
Aan ALLE gedragsdeskundigen en psychologen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van verzekeringsmaatschappijen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van kindertehuizen, kindergevangenissen of andere instellingen actief in de jeugdzorg
Aan ALLE politie agenten en hun leidinggevenden in Nederland
COMPETENTIE! Indien u personen tegen komt bij OTS of VOTS die zich ten onrechte uitgeven voor de VOOGD wordt u vriendelijk verzocht deze persoon GELIJK AAN TE HOUDEN en over te dragen aan het BEVOEGD GEZAG voor een WAARHEIDSVINDING ONDERZOEK. Indien deze persoon zich inderdaad ten onrechte heeft uitgegeven voor een VOOGD bij OTS of VOTS aangifte tegen deze persoon te doen wegens "het vervullen van een beroep in valse hoedanigheid" met het verzoek aan het BEVOEGD GEZAG deze persoon onverwijld een BEROEPSVERBOD op te leggen om ooit nog met kinderen te werken om jeugdzorg voor kinderen en hun OUDERS BELAST MET HET GEZAG VEILIGER te maken! (575) (581) (101) (124) (232)

 

 

2009

Troonrede 2009

Koningin Beatrix sprak op dinsdag 15 september 2009, Prinsjesdag, de Troonrede uit in de Ridderzaal. Hierin presenteert de regering de belangrijkste plannen voor 2010.

Leden van de Staten-Generaal,
De huidige tijd vraagt om vastberadenheid en bereidheid tot verandering. De wereldwijde financiële en economische crisis heeft ook Nederland hard geraakt. De snelheid waarmee de gebeurtenissen zich in het achter ons liggende jaar hebben voltrokken, was uitzonderlijk. Mensen verliezen hun baan, het aantal faillissementen neemt snel toe, jarenlang opgebouwde vermogens slinken en de overheidsfinanciën vertonen onvermijdelijk grote tekorten. De gevolgen zullen nog lang gevoeld worden. Bovendien hebben ontsporingen in de financiële sector het vertrouwen in instituties en hun bestuurders aangetast. Door dit alles groeit bij velen de onzekerheid over de toekomst.

Het is de ambitie van de regering onzekerheden om te buigen naar herstel. De noodzakelijke veranderingen bieden perspectief op een economisch en sociaal krachtig Nederland.
Wij hebben elkaar en ons land veel te bieden door in saamhorigheid vast te houden aan de traditie van vrijheid, verantwoordelijk burgerschap en een actieve Europese en internationale opstelling. In het najaar van 2008 heeft de regering met kracht ingegrepen in de financiële sector teneinde spaartegoeden van burgers en financiering van bedrijven veilig te stellen en  instorten van de economie te voorkomen.
Drie miljard euro wordt geïnvesteerd in nieuwbouw en onderhoud van scholen, ziekenhuizen, woningen en infrastructuur en in energiebesparing. Hiermee wil de regering de economie stimuleren. Eveneens wordt drie miljard euro uitgetrokken voor arbeidsmarkt en bedrijfsleven en voor onderwijs en kennis. Bedrijven worden gesteund met ruimere kredietfaciliteiten en met regelingen voor deeltijdwerkloosheid. Daardoor zullen meer werknemers hun baan behouden.

Tussen 2008 en 2011 wordt ongeveer acht miljard euro extra uitgegeven aan uitkeringen voor werkloosheid en bijstand. De begroting voor 2010 besteedt bijzondere aandacht aan de bestrijding van de jeugdwerkloosheid. Ook dient de regering vandaag een voorstel in voor een Crisis- en herstelwet, gericht op versnelling van procedures voor infrastructurele projecten. Dit biedt een basis voor meer dynamiek in de economie en daarmee voor meer werkgelegenheid. In de jaren dat de Nederlandse economie krimpt, worden de overheidsuitgaven niet verlaagd. Al deze en andere maatregelen vangen de gevolgen van de recessie op korte termijn zo veel mogelijk op. Voor de jaren daarna bevat deze begroting voorstellen die de basis bieden voor herstel van de overheidsfinanciën. De staatsschuld is fors gestegen en zal niet vanzelf weer verminderen. Het overschot van één procent van het bruto binnenlands product op de begroting van vorig jaar is omgeslagen in een tekort van meer dan zes procent in 2010. De recessie leidt tot aanzienlijk lagere belastingafdrachten door burgers en bedrijven. Zelfs bij een gemiddelde economische groei van twee procent zal de staatsschuld blijven toenemen met ongeveer vijfendertig miljard euro per jaar.

Hoewel de economie volgend jaar weer voorzichtig lijkt te verbeteren, blijven de opgaven waar we voor staan aanzienlijk. Als de welvaart achteruitgaat en de staatsschuld stijgt, wordt het bovendien moeilijker om de kosten te dragen van een vergrijzende bevolking en van de noodzakelijke overgang naar een economie waarin voluit recht wordt gedaan aan de eisen die een goed klimaat- en milieubeleid ons stelt. Bij ongewijzigd beleid zullen ernstige en onwenselijke gevolgen optreden voor de hoogte van belastingen en sociale premies, voor de werkgelegenheid en voor de betaalbaarheid van voorzieningen als zorg, onderwijs en pensioenen. De regering acht het niet verantwoord deze rekeningen door te schuiven naar de jonge en toekomstige generaties. Jongeren dreigen nu geen werk te vinden, straks tijdens hun werkzame leven ook de lasten van een vergrijsde bevolking te moeten dragen, en daarna niet meer te kunnen rekenen op goede collectieve voorzieningen. Dit mogen wij niet laten gebeuren! In dit licht heeft de regering al eerder haar voornemens ontvouwd om, rekening houdend met zware beroepen, de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar, de kosten van de zorg te beheersen en eigenaren van huizen met een waarde boven 1 miljoen euro zwaarder te belasten. Voor het eind van dit jaar zal een voorstel van een Wet tekortreductie Rijk en medeoverheden bij u worden ingediend, waarvan de regering hoopt dat deze op 1 januari 2011 in werking kan treden. De wet verplicht het saldo tussen uitgaven en inkomsten jaarlijks te verbeteren.

De regering zal het komende halfjaar fundamentele heroverwegingen voorbereiden op een twintigtal brede terreinen in de collectieve sector. De Voorjaarsnota 2010 biedt de eerste gelegenheid om tot maatregelen te komen. Om bij te dragen aan het noodzakelijke herstel van de overheidsfinanciën zal onderzocht worden waar met twintig procent besparing maatschappelijke doelen kunnen worden gerealiseerd. Dit moet zicht geven op financieel verantwoorde mogelijkheden om publieke diensten voor burgers effectiever uit te voeren, beleid beter af te stemmen op problemen in de samenleving en verantwoordelijkheden tussen overheden en burgers anders en beter vorm te geven. De heroverwegingen moeten er ook toe leiden dat onderwijs, kennis, innovatie en ondernemerschap doelgerichter worden ingezet om  economische groei te bevorderen. Daarnaast zal duidelijk gemaakt worden hoe belangrijke sectoren van het Nederlandse bedrijfsleven, zoals waterbeheer en energie, landbouw en visserij, klimaat en milieu, daaraan kunnen bijdragen. De heroverwegingen hebben tot doel fundamentele keuzes te maken met het oog op een economisch en sociaal krachtig Nederland.

Het matigen van de loonontwikkeling draagt bij aan meer werkgelegenheid en aan een eerlijke verdeling van de lasten van de economische recessie tussen werkenden en niet-werkenden, tussen de collectieve sector en de marktsector, tussen hogere en lagere inkomens en tussen jong en oud. De regering roept sociale partners op tot een verantwoorde loonontwikkeling. Indien dit niet gebeurt, zal de regering haar eigen verantwoordelijkheid nemen. De economische recessie heeft ook morele tekortkomingen blootgelegd in het functioneren van markt en maatschappij. De regering heeft gebreken in de financiële sector binnen en buiten Nederland benoemd en vertaald naar voorstellen voor striktere normering en beter toezicht. Bindende afspraken worden gemaakt over begrenzing van te hoge beloningen en bonussen.

In deze moeilijke tijd acht de regering het van belang te blijven werken aan een samenleving waarin mensen zich met elkaar verbonden weten, in vrijheid elkaar respecteren en samen verantwoordelijkheid dragen. Goede opvoeding en goed onderwijs liggen ten grondslag aan  verantwoordelijk burgerschap. De afgelopen twee jaar heeft de regering maatregelen genomen ter bevordering van sociale samenhang, veiligheid, stabiliteit en respect. Een vasthoudende aanpak over een reeks van jaren is nodig om tot resultaten te komen. Daarom zal de regering bijzondere aandacht blijven schenken aan jeugd en jongeren, aan inburgering en aan kwetsbare wijken in grote steden. Gebrek aan integratie van sommige groepen in de samenleving, onfatsoenlijk en respectloos handelen van velen in de openbare ruimte en crimineel gedrag van groepen jongeren blijken hardnekkig en veroorzaken  veel maatschappelijk ongenoegen. De regering treedt daarom niet alleen consequent op tegen plegers van delicten maar pakt ook oorzaken van problematisch gedrag aan. De samenwerking van justitie, politie, gemeenten, reclassering en jeugdzorg is daarvoor essentieel.

De regering zal de maatschappelijke weerbaarheid in ons land bevorderen  door meer ruimte te geven aan burgers en organisaties en goed met hen samen te werken. Ook met medeoverheden en de publieke sector is goede samenwerking geboden. Vertrouwen in maatschappelijke organisaties, democratie en rechtsstaat is daarbij van onmisbaar belang.

Een economisch en sociaal krachtig Nederland vereist samenwerking in Europa en een internationale oriëntatie. Nederland heeft veel te winnen bij een duurzame en open wereldeconomie. Ruim zestig procent van onze werkgelegenheid hangt daar rechtstreeks van af. Nederland zet zich in voor vrije en eerlijke wereldhandel en beter toezicht op de internationale financiële sector. De recessie verzwaart de opgaven waar alle landen samen voor staan om armoede te bestrijden en klimaatverandering aan te pakken. Niettemin zal ons land zich blijven inspannen voor samenwerking met de armste landen en met landen met opkomende economieën, en ook voor drastische verlaging van de uitstoot van schadelijke stoffen.cDe Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de G20-bijeenkomst in Pittsburgh en de klimaatconferentie in Kopenhagen bieden hiertoe nog dit jaar gelegenheid.

Nederland heeft de wereld veel te bieden. Wij zetten ons in voor vrede en veiligheid. Ons land maakt zich sterk voor mensenrechten, vrijheid, democratie en rechtsorde. Deze waarden vinden in Europa hun oorsprong. Juist nu is en blijft Europese samenwerking essentieel. De regering ziet uit naar de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon.
Bij vredes- en veiligheidsmissies zal ons land zijn internationale verantwoordelijkheid blijven nemen. De regering heeft grote waardering  voor de militairen die deze zware taken uitvoeren, zoals in Afghanistan. Wij denken met respect aan degenen die hierbij het leven hebben gelaten of gewond zijn geraakt.
De regering zal zich ook in Koninkrijksverband blijven inzetten voor gezonde overheidsfinanciën en goede publieke voorzieningen. Nieuwe staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk moeten daaraan bijdragen. In het belang van de burgers zullen alle betrokkenen zich moeten inspannen om  het komend jaar de nieuwe regelingen tot stand te brengen.

Leden van de Staten-Generaal,
Ons land staat voor een uitzonderlijke, maar geenszins onmogelijke opgave.
Met vastberadenheid en met de bereidheid tot verandering kunnen wij de kansen benutten voor een economisch en sociaal krachtig Nederland. De regering doet daartoe een beroep op alle Nederlanders en een ieder die in Nederland woont. Er rust een verantwoordelijkheid op ons allen, jong en oud, burgers en bestuurders, werknemers en werkgevers. De regering spreekt de hoop uit dat iedereen zich daarvan bewust is en ernaar wil handelen.
Op u, leden van de Staten-Generaal, rust de zware verantwoordelijkheid om, samen met de regering, initiatief te nemen. U mag zich daarin gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.

 

 

2008

Troonrede 2008

Leden van de Staten-Generaal,

Nederland kan zelfbewust en met vertrouwen inspelen op de hoge eisen die momenteel aan ons worden gesteld. Wereldwijd zijn er ontwikkelingen waarover mensen zich zorgen maken. Vrede en veiligheid staan op veel plaatsen onder druk. Duurzame economische groei is niet vanzelfsprekend. In eigen land vraagt de kwaliteit van de dagelijkse leefomgeving extra inzet. Ook zijn inspanningen nodig om onderling respect te versterken.

De regering wil met alle burgers samen bouwen aan een land dat vertrouwen heeft in zichzelf en de blik gericht houdt op de toekomst. Centraal in de begrotingsvoorstellen voor 2009 staan een intensieve internationale samenwerking, optimale kansen voor duurzame economische groei en een leefomgeving die mensen houvast en vertrouwen biedt.

Vrede en veiligheid vragen voortdurend aandacht. Wij leveren van oudsher bijdragen aan vredesmissies en ontwikkelingssamenwerking. Als internationaal georiënteerd land stelt Nederland zich verantwoordelijk en constructief op. Ook nu zet ons land zijn inspanningen op het gebied van internationale rechtsorde, mensenrechten, ontwikkelingssamenwerking en crisisbeheersing onverminderd voort. Om de veiligheidstaken goed te kunnen uitvoeren wordt geïnvesteerd in materieel en personeel.

De aanwezigheid van Nederlandse militairen in Afghanistan en andere conflictgebieden bevestigt dat onze solidariteit de landsgrenzen overstijgt. Voor de zware taak die zij vaak met  gevaar voor eigen leven vervullen, verdienen zij niet-aflatende waardering. Wij denken aan hen die vielen en aan hun nabestaanden.

Fragiele staten hebben grote moeite de millenniumontwikkelingsdoelen te halen. Juist daarom investeert de regering extra in deze landen. Ook wil zij de vrijheid van meningsuiting, de mediadiversiteit en de vrijheid van godsdienst in de wereld bevorderen. Er worden daarom meer middelen toegevoegd aan het mensenrechtenfonds.

De Europese Unie heeft vrijheid en veiligheid gebracht in ons deel van de wereld. De regering zal zich blijvend inzetten voor een hechte Europese samenwerking. Het is verheugend dat u, Staten-Generaal, het Verdrag van Lissabon heeft goedgekeurd. De regering hoopt dat de lidstaten van de Unie in 2009 vervolg geven aan de ratificatie.
Samenwerking in Europees verband is eveneens cruciaal bij het realiseren van duurzame economische groei. De begroting van de EU dient daar in toenemende mate op te worden gericht.

Duurzame economische groei spreekt niet vanzelf. De wereldeconomie kampt met tegenslagen. Overal neemt de vraag naar voedsel en energie toe en stijgen de prijzen. De crisis op de financiële markten vertraagt ook in ons land de groei.
Dankzij de inspanningen van de afgelopen jaren staat de Nederlandse economie er relatief goed voor. De werkloosheid is laag. Sinds het jaar 2000 is de koopkracht per huishouden gemiddeld met twaalf procent gestegen. Ons pensioenstelsel en andere sociale voorzieningen zijn solide. Alertheid blijft echter geboden.

De regering wil deze fundamenten verder verstevigen door verbetering van de concurrentiepositie, beperking van de inflatie en vergroting van de arbeidsparticipatie. De btw wordt daarom niet verhoogd. Dit maakt een verantwoorde loonkostenontwikkeling en verlaging van de werknemerspremies op arbeid mogelijk. Zo kunnen in 2009 de lasten voor burgers en bedrijven dalen.

Ook voor volgend jaar streeft de regering naar een overschot op de begroting. Dit biedt ruimte om de kwaliteit van de zorg en de financiering van de AOW op lange termijn veilig te stellen. Voor een blijvend hoog niveau van collectieve voorzieningen is dit echter niet voldoende. Daarvoor is noodzakelijk dat meer mensen aan de slag gaan. Wie kan, moet meedoen.

Er zijn personeelstekorten in de zorg, in het onderwijs en in andere sectoren. Ook daarom is er de regering veel aan gelegen de arbeidsparticipatie te verhogen. Kinderopvang blijft aantrekkelijk voor ouders die betaalde arbeid verrichten. Voor mensen met een uitkering wordt werken financieel aantrekkelijker gemaakt. Werkgevers krijgen een subsidie als ze langdurig werklozen in dienst nemen. Voor jongeren tot 27 jaar komt er in plaats van een bijstandsuitkering een passend leer- en werkaanbod. De regeling voor jongeren met een beperking wordt aangepast, waardoor zij eerder naar werk worden begeleid. Werknemers krijgen een bonus als ze na hun 62e jaar actief blijven op de arbeidsmarkt. Voor mensen met een deeltijdbaan gaat het extra lonen om meer uren te werken. Hoogopgeleide buitenlandse werknemers kunnen makkelijker in ons land aan de slag.

Het bedrijfsleven en de financiële sector zijn essentieel voor een krachtige economie. De regering maakt meer ruimte voor ondernemerschap. De belastingvrijstelling voor winst in het midden- en kleinbedrijf wordt verruimd. Het tarief in de onderste schijf van de vennootschapsbelasting gaat omlaag. Het schrappen van de eerstedagmelding is een van de maatregelen waardoor de administratieve lasten voor ondernemers verminderen. Het aanvragen van vergunningen wordt vereenvoudigd. Ook zal de regering gedurende vijf jaar aan kansrijke bedrijven ondersteuning bieden bij hun verdere groei.

Economische ontwikkeling is niet mogelijk zonder een adequate infrastructuur. De regering wil de capaciteit van wegen en spoorlijnen vergroten. Bouwprojecten die daarop gericht zijn, moeten sneller worden uitgevoerd. De regering zal een voorstel voor een nieuwe Spoedwet wegverbreding bij de Kamer indienen. Ook zullen de lasten eerlijker over de weggebruikers worden verdeeld. In de toekomst wordt het bezit van een auto minder belast en het gebruik juist meer. Volgend jaar zet de regering de eerste stap op weg naar dit systeem. De belasting bij aanschaf wordt verlaagd; de motorrijtuigenbelasting verhoogd. Hoe schoner de auto, des te goedkoper autobezitters uit zijn. Om reizen per trein aantrekkelijker te maken, komen er nieuwe stations bij en gaan er meer treinen rijden.

Nederland is nu goed beschermd tegen het water. Maar de verwachte stijging van de zeespiegel maakt een forse meerjarige inspanning noodzakelijk. Wij willen dat ook onze achterkleinkinderen veilig in Nederland kunnen leven. De regering komt volgend jaar met een voorstel voor een Deltawet die het fundament hiervoor zal leggen.
Versterking van de economische structuur dient hand in hand te gaan met de zorg voor natuur en milieu. Onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen moet aanzienlijk afnemen. Daarom bevordert de regering het gebruik van aardwarmte en van zonne- en windenergie. Eenvoudiger procedures zullen ook de aanleg van windmolenparken in de Noordzee versnellen. Er komt een subsidieregeling voor de aanschaf van warmtepompen en zonneboilers. Over drie jaar zal een half miljoen woningen energiezuiniger zijn gemaakt.

De Nederlandse land- en tuinbouw zijn zeer innovatief. Dit biedt kansen om deze sectoren duurzaam te ontwikkelen. De regering zal de glastuinbouw stimuleren om netto energieleverancier te worden. De visserij verdient een stabiele toekomst.

Aan hun dagelijkse leefomgeving ontlenen mensen houvast en vertrouwen. De begroting voor 2009 bevat samenhangende voorstellen die de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren. Burgers willen in een veilige en leefbare buurt wonen met goede scholen voor hun kinderen. Zij wensen ruimte voor ontspanning en sport, voor jong en oud. Zij verwachten menswaardige zorg en verzorging. Zij verlangen een overheid die betrouwbaar en duidelijk is. Samenwerking met burgers, gemeenten en woningbouwcorporaties is daarom nodig.

Respect, veiligheid en vertrouwen zijn kernwaarden in onze rechtsstaat. Tegen het schenden van normen moet opgetreden worden. Om recidive te voorkomen is  goed begeleide terugkeer in de samenleving essentieel. Criminele verslaafden worden sneller met drang naar hulp begeleid. Agressief of intimiderend gedrag op straat is onacceptabel. Diegenen die ernstige overlast geven, zullen effectief worden aangepakt met een gebiedsverbod. Tegen mensen die agenten, ambulancepersoneel en andere dienaren van de publieke zaak bedreigen, wordt stevig opgetreden.

Duidelijkheid over wat wel en wat niet toelaatbaar is, versterkt vertrouwen tussen burgers onderling en vertrouwen in de overheid. Toezichthouders in buurten en wijken en op straten en pleinen vergroten het gevoel van veiligheid. In 2009 komen er 125 wijkagenten bij. Gemeenten krijgen de mogelijkheid bepaalde overtredingen direct te beboeten. Burgers kunnen ook zelf bijdragen aan een veilige leefomgeving. De regering zet zich onverminderd in voor een grotere rol van vrijwilligers bij brandweer en politie. Het vergroten van zelfredzaamheid van burgers en bedrijven bij crises en rampen krijgt bijzondere aandacht.

Met de meeste jongeren in Nederland gaat het goed. Maar er zijn ook kinderen die in de knel zitten. De regering wil aan hen betere kansen geven. Daarnaast werken justitie, politie en jeugdzorg nauw samen om ongewenst gedrag van jonge kinderen tijdig te corrigeren. Er komt ook hier meer aandacht voor preventie. Ouders worden aangesproken op het gedrag van hun kinderen. Om sneller passende hulp te verlenen, wordt de Verwijsindex Risicojongeren geïntroduceerd. Ook de oprichting van Centra voor Jeugd en Gezin en Veiligheidshuizen draagt hieraan bij.

Scholing en onderwijs verhogen de kansen van mensen. De regering werkt hard aan verbetering van het onderwijs. In het bijzonder wil zij de basisvaardigheden in taal en rekenen vergroten en het aantal zwakke scholen terugdringen. Ook de aanpak van schooluitval blijft een prioriteit. Voor vmbo-leerlingen die vooral ambachtelijke gaven hebben, komen er speciale vakscholen. Het onderwijs is zo goed als de leraar voor de klas. Om de positie van leraren te versterken, krijgen zij meer scholingsmogelijkheden en een betere beloning.

De regering wil een bloeiende kunst en cultuur stimuleren en alle jongeren vroeg daarmee in aanraking brengen. Kinderen tot 12 jaar krijgen in 2009 vrije toegang tot musea. Jongeren tot 18 jaar kunnen met een cultuurkaart kennismaken met de inspirerende rijkdom van ons land.

Goede gezondheid en sportbeoefening hangen nauw samen. De regering investeert daarom extra in de mogelijkheden van sport voor de jeugd en voor mensen met een handicap. Om talentvolle sporters beter te ondersteunen, komen er Centra voor Topsport en Onderwijs. Het Olympisch Plan 2028 kan bij dit alles een bron van inspiratie zijn die zowel de breedtesport als het topsportklimaat versterkt.

De levenskwaliteit van burgers wordt verhoogd door goede en toegankelijke zorg.
De regering wil de zorg zo organiseren dat mensen met een chronische aandoening deze dicht bij huis ontvangen. Patiënten krijgen meer inzicht in de kwaliteit die geboden wordt. Invoering van het elektronisch patiëntendossier vermindert het aantal medische fouten. Vrijere prijsvorming en innovatie zijn nodig om wachtlijsten in te korten en de zorg goed en betaalbaar te houden. De regering zet in 2009 verdere stappen in deze richting.
Mensen die vanwege ziekte of ouderdom ernstige beperkingen ondervinden, krijgen meer keuzevrijheid bij de langdurige hulp die zij nodig hebben. Noodzakelijke zorg kan ook thuis geboden worden, waardoor ouderen langer in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen.

Kracht ontleent ons land aan de democratische rechtsstaat die burgers bescherming en houvast biedt. Gelijkwaardigheid, vrijheid, solidariteit, democratie en de principes van de rechtsstaat verdedigen wij in binnen- en buitenland. Samen dragen wij daar verantwoordelijkheid voor. De regering verleent steun aan de oprichting van een Huis van de Democratie en Rechtsstaat. Er komt een code voor ‘goed besturen’, waarin helder staat wat burgers van overheden kunnen verwachten. Verder zal een staatscommissie ingesteld worden die onder meer zal bezien welke mogelijkheden er zijn om de Grondwet beter toegankelijk te maken. Er komt een Handvest verantwoordelijk burgerschap. Alle inwoners van ons land dienen doordrongen te blijven van de democratische waarden en verantwoordelijkheden die het fundament vormen van de Nederlandse samenleving.
Goede taalbeheersing is een basisvoorwaarde om in onze maatschappij te kunnen meedoen. De regering vergroot de mogelijkheden voor het werven van taalcoaches. De inzet van autochtone Nederlanders om migranten te helpen bij het leren van de Nederlandse taal is van onschatbare waarde.

In de verhoudingen binnen ons Koninkrijk staan democratische beginselen als die van rechtszekerheid, deugdelijkheid van bestuur en wederzijds respect ook voorop. De regering hoopt in december met de lands- en eilandsbesturen een belangrijke stap te zetten naar de uitvoering van de afspraken over de staatkundige veranderingen van de Nederlandse Antillen. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba gaan als openbaar lichaam deel uitmaken van Nederland. Deze statuswijziging is in voorbereiding.

Leden van de Staten-Generaal,

Met de maatregelen die de regering zich voorneemt voor 2009 wil zij het zelfbewustzijn van ons land vergroten en de fundamenten van onze economie en onze samenleving versterken. De regering beseft dat zij dit niet alleen kan. Eenieder zal daaraan vanuit eigen verantwoordelijkheid een bijdrage moeten leveren. We hebben de inzet van allen - burgers, werkgevers, werknemers, overheden en onze Europese en internationale partners - nodig. Alleen samen kunnen we werken aan een goede toekomst. Samen maken we Nederland sterker.

Op u, leden van de Staten-Generaal, rust hierbij een grote verantwoordelijkheid. De regering ziet uit naar een goede samenwerking. U mag zich in uw taak gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.

Dinsdag 16 september 2008

 

 

 

2006

Op dinsdag 19 september, Prinsjesdag 2006, sprak Hare Majesteit de Koningin de onderstaande troonrede uit. 

(Troonrede 2006 Uit onderzoek blijkt dat criminaliteit daalt. Om deze ontwikkeling te versnellen extra middelen voor de politie)

Leden van de Staten-Generaal,

Dit jaar vindt uw Verenigde Vergadering plaats in een nieuw ingerichte Ridderzaal. Deze historische ruimte is een symbool van onze democratische rechtsstaat. 
Op 22 november zullen de verkiezingen voor een nieuwe Tweede Kamer worden gehouden. De regering is zich ervan bewust dat dit zorgvuldigheid vereist bij het indienen van de begroting voor 2007. Evenzeer is zij verantwoordelijk voor een begroting die een solide brug slaat naar de komende jaren. 

Als sterk, welvarend en vrij land hebben wij een belangrijke internationale verantwoordelijkheid. Conflicten en noden in de wereld vergen een actieve opstelling van Nederland. Samen met andere landen zijn wij drager van de internationale rechtsorde. In Afghanistan, Soedan, Bosnië, Irak, Congo en elders staan Nederlandse mannen en vrouwen op de bres voor orde, veiligheid en wederopbouw. De Nederlandse militairen zijn goed op hun taak voorbereid en vervullen die in een gevaarlijke omgeving met volle inzet en overtuiging. Zij weten zich door ons gesteund. Onze gedachten gaan uit naar hen die een dierbare in deze missies hebben verloren.
Het lot van de wereld is óns lot. Wij blijven strijden tegen armoede en ziekte en voor een beter milieu. Nederland draagt eraan bij dat meer mensen in ontwikkelingslanden de beschikking krijgen over schoon water, duurzame energie, medicijnen en goed onderwijs. Burgers, bedrijven en organisaties tonen zich bij deze taken steeds meer betrokken.

Ons land wil een positieve rol vervullen in de wereld, door nauw met anderen samen te werken. Juist in een tijd van spanningen, in de schaduw van terreurdreiging, is het van belang met daden te laten zien dat er alternatieven zijn voor geweld en onrecht. Nederland wil een land zijn dat creatief meezoekt naar nieuwe oplossingen.
Ook de Europese Unie biedt een kader om problemen op te lossen en geschillen te beslechten. In de Unie geeft de regering haar volle aandacht aan vragen die het dagelijks leven van mensen raken. Voor onze veiligheid, onze welvaart, de bescherming van het milieu en de energievoorziening op de langere termijn hebben wij elkaar als Europeanen nodig. Daaraan werken krijgt prioriteit boven discussies over de inrichting van de Europese Unie.

Bij het overleg over de toekomstige verhoudingen binnen het Koninkrijk staan we voor een gezamenlijke opgave. Dit vergt een grote inzet van ons allen. De regering spant zich ervoor in dat deze besprekingen tot vruchtbare resultaten zullen leiden. Ikzelf verheug mij er bijzonder op binnenkort de Caraïbische delen van het Koninkrijk te mogen bezoeken.

Nederland is een land dat verantwoordelijkheid neemt in de wereld. Verantwoordelijkheid is er ook dicht bij huis, in de zorg en aandacht voor elkaar. De regering wil bevorderen dat alle mensen in Nederland zich kunnen ontplooien en kunnen meedoen in en bijdragen aan de samenleving. Ieders kwaliteiten moeten tot ontwikkeling kunnen komen. Onderwijs dat inspireert is daarvoor een eerste vereiste. Speciale aandacht geeft de regering aan de uitbreiding van stagemogelijkheden en combinaties van leren en werken. Mensen die in het onderwijs werken, hebben meer ruimte nodig om beter te kunnen inspelen op de behoeften van leerlingen. Daartoe zullen de administratieve lasten voor scholen volgend jaar met meer dan een kwart zijn teruggebracht. Scholen die goed functioneren, krijgen te maken met minder inspectietoezicht. 
Een groot probleem is dat veel jongeren hun school niet afmaken. Een groeiende groep kinderen heeft bovendien problemen in het gezin of in de sociale omgeving. Deze jonge mensen mogen wij niet aan hun lot overlaten. Per 1 januari 2007 zal daarom de leerplicht gelden voor iedereen tot 18 jaar die nog onvoldoende gekwalificeerd is voor de arbeidsmarkt. Onwillige jongeren zullen worden begeleid. 
Instellingen in de jeugdzorg gaan beter samenwerken en ontvangen financiële steun om de wachtlijsten nog dit jaar weg te werken. Ook worden gezinsvoogden beter toegerust voor daadwerkelijke begeleiding van jongeren.

Uit onderzoek blijkt dat de criminaliteit daalt. Mensen voelen zich veiliger. Om deze gunstige ontwikkeling te versnellen, stelt de regering extra middelen beschikbaar voor de politie en de sociale veiligheid in de grote steden.
De komende jaren blijven inspanningen onverminderd nodig om met name de georganiseerde misdaad aan te pakken. 

Iedereen moet in ons land naar vermogen kunnen meedoen, ongeacht leeftijd en gezondheid. Met dat doel gaat per 1 januari 2007 de Wet maatschappelijke ondersteuning in. Mensen die thuiszorg of hulpmiddelen nodig hebben, kunnen voortaan dicht bij huis terecht. Hun gemeente zorgt voor hulp die aansluit bij hun behoeften en levenssituatie. De kwaliteit van verpleeghuizen zal verder worden verbeterd, en mede dankzij extra middelen zijn wachtlijsten in de thuiszorg niet meer nodig. Het waardevolle werk van mantelzorgers wordt vanaf 2007 extra ondersteund. 
Voor ons geluk en ons welzijn zijn wij op elkaar aangewezen. Aandacht voor anderen, respect voor andermans inbreng en overtuiging, dat zijn de fundamenten van een levendige buurt, een bloeiende stad, een sterk land. Het is verheugend dat in veel gemeenten initiatieven tot ontplooiing komen om de binding tussen mensen te versterken. De regering ondersteunt burgers en organisaties die zich in eigen kring inzetten voor een beter begrip tussen groepen in de samenleving. Om elkaar te kunnen begrijpen, moeten we elkaar kunnen verstaan. In de Wet inburgering nieuwkomers speelt taalvaardigheid dan ook een centrale rol. Volgend jaar zullen in alle gemeenten de nieuwe Nederlanders in een naturalisatiebijeenkomst worden verwelkomd.
De regering zet zich ervoor in de culturele rijkdommen waarover ons land beschikt, te behouden en toegankelijk te maken. Zo wordt het Rijksmuseum vernieuwd en is besloten een nationaal-historisch museum op te richten. Cultuur verbindt en verrijkt.

Naast onze inspanningen in de wereld en onze inzet voor elkaar is er nog een  verantwoordelijkheid die op ons allen rust: de verantwoordelijkheid voor de toekomst. Ook  komende generaties moeten de kans krijgen in Nederland een goed leven op te bouwen.

Van burgers is in de afgelopen moeilijke jaren veel gevraagd. De regering heeft met het oog op de toekomst ingrijpende maatregelen moeten nemen en tijdig noodzakelijke vernieuwingen doorgevoerd. Werknemers, werkgevers en regering hebben er samen toe bijgedragen dat ons land nu goed kan inspelen op de gunstige ontwikkeling van de internationale economie. 
Ons land staat er sterk voor. Nederland werkt. Nederlandse ondernemers zijn wereldwijd actief. In bedrijven, het onderwijs, de zorg en in tal van andere sectoren wordt aan innovatie gewerkt. Ons land is weer concurrerend. Dat is goed te merken aan de groei van de werkgelegenheid. Dankzij meer banen en lagere lasten hebben mensen weer meer te besteden. Terwijl de economie groeit, is de uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht teruggedrongen. Om de luchtkwaliteit verder te verbeteren, stimuleert de regering het gebruik van schonere auto's.

Er is de afgelopen jaren een stevige basis gelegd waarop in de toekomst kan worden voortgebouwd. De begroting voor 2007 is in evenwicht. De administratieve lasten zullen volgend jaar ten opzichte van 2002 met een kwart zijn verminderd. Ondernemers merken dat aan soepeler regels voor arbeidstijden en arbeidsomstandigheden. Daarnaast maakt de regering het ouders gemakkelijker om een baan te combineren met de zorg voor hun kinderen. Voor werkende ouders wordt kinderopvang goedkoper en eenvoudiger, omdat alle werkgevers daaraan voortaan meebetalen. Scholen worden bovendien verantwoordelijk voor het organiseren van opvang voor en na de lestijden. 
Er is een sociaal en solide zorgstelsel ingevoerd dat een bijdrage levert aan de kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg in de toekomst. De keuzemogelijkheden zijn vergroot. Verzekeraars moeten iedereen tegen dezelfde premie accepteren, ongeacht de gezondheidssituatie. Kinderen worden kosteloos meeverzekerd.
Belangrijke hervormingen zijn ook tot stand gebracht in de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt. Deze leiden ertoe dat steeds meer mensen werken en dat steeds minder mensen een beroep doen op een uitkering. Voor het eerst is het aantal uitkeringen zowel voor werkloosheid, voor arbeidsongeschiktheid als voor bijstand gedaald.
Al deze maatregelen scheppen de voorwaarden voor het behoud van de AOW en andere collectieve voorzieningen voor volgende generaties. 

Ook dankzij ruimtelijke vernieuwingen en investeringen in de infrastructuur is Nederland beter voorbereid op de toekomst. In 2007 worden veel concrete resultaten zichtbaar.
Burgers, bedrijven en overheden hebben meer ruimte gekregen om hun eigen omgeving vorm te geven. Er komen aanzienlijk meer nieuwe woningen beschikbaar. De stedelijke vernieuwing begint vruchten af te werpen.
Achterstanden in het onderhoud van vaarwegen, wegen en spoorlijnen worden weggewerkt. De Hogesnelheidslijn-Zuid en de Betuwelijn worden in gebruik genomen, waardoor de verbindingen met onze buurlanden verbeteren.
Het is van het grootste belang de Nederlandse delta te beschermen tegen gevaren van hoog water. In samenwerking met provincies en waterschappen worden de zwakke schakels in de waterkeringen aangepakt. De zorg voor natuur krijgt verder vorm in het behoud en de ontwikkeling van nationale parken en landschappen. De regering ondersteunt de ambitie van de agrarische sector om toonaangevend te blijven in innovatie en spant zich in voor de kwetsbare visserij.

Met lagere lasten voor huishoudens en bedrijven en investeringen in de kwaliteit van de samenleving wil de regering de basis voor de toekomst verder versterken. Ondernemerschap en innovatie worden lonender gemaakt. Het wetsvoorstel Werken aan winst beoogt daaraan een belangrijke bijdrage te leveren. Samen met werkgevers en werknemers wil de regering zich ervoor inzetten om de gunstige uitgangspositie waarin ons land nu verkeert, vast te houden. Zo wordt 2007 een jaar waarin Nederland verder bouwt aan een goede toekomst.

Leden van de Staten-Generaal,

Over twee maanden kiezen de Nederlanders van achttien jaar en ouder een nieuwe Tweede Kamer. Vrije verkiezingen zijn van essentieel belang voor onze democratie. Zij zijn de uitdrukking van onze individuele vrijheid. Maar zij zijn evenzeer van betekenis voor de gezámenlijke verantwoordelijkheid die we hebben voor de wereld om ons heen, voor elkaar en voor onze toekomst.

Op u, leden van de Staten-Generaal, rust een belangrijke taak. U mag zich daarbij gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.

 

 

 

2003

Troonrede 2003. Op dinsdag 16 september, Prinsjesdag 2003, sprak Hare Majesteit de Koningin de onderstaande troonrede uit

Troonrede 2003 Voor meer veiligheid, preventie, toezicht effectief optreden van justitie en politie onontbeerlijk. Daartoe zijn verruiming van bevoegdheden en organisatorische aanpassingen dringend gewenst. Voor de openbaar aanklager, de rechter en het gevangeniswezen worden extra middelen ter beschikking gesteld opdat wangedrag snel en rechtvaardig kan worden berecht

Leden van de Staten-Generaal,

De internationale en nationale ontwikkelingen van het afgelopen jaar hebben de onzekerheden in ons dagelijks bestaan doen toenemen.
Burgeroorlogen, aanslagen en andere vormen van geweld treffen iedere dag weer vele onschuldige mensen. Dit roept de vraag op hoe Nederland kan bijdragen aan duurzame vrede, veiligheid en armoedebestrijding.
Aardbevingen, overstromingen en droogte confronteren overal in de wereld de mens met zijn beperkingen. Ook ons land is niet gespaard gebleven voor de gevolgen van langdurige droogte, ondanks de grote aandacht voor het waterbeheer.

De teruggang van de economie is in Nederland in alle scherpte voelbaar geworden. Na jaren van voorspoed leidt dit voor veel burgers onverwacht tot onzekerheid. Dagelijks worden honderden mensen werkloos. De problemen van onze economie zijn niet alleen conjunctureel van aard. Om tot duurzaam herstel te komen is het noodzakelijk de economische structuur te versterken en de sociale zekerheid grondig te herzien. De regering beseft dat dit in eerste instantie voor veel mensen ingrijpende gevolgen zal hebben.

Er zijn ook grote zorgen om de cohesie in onze samenleving. De waarden van verschillende bevolkingsgroepen blijken soms ver uit elkaar te liggen en de integratie verloopt niet voorspoedig.
Voorts zijn de onveiligheid en overlast op straat en de aantasting van de leefomgeving verontrustend. De grote steden zien zich geplaatst voor een opeenhoping van problemen.

De regering onderkent deze onzekerheden en problemen en ziet het als haar opdracht om weer perspectief te bieden. Zij wil bijdragen aan een sterke en duurzame economie, een slagvaardige overheid, een levende democratie en een veiliger samenleving. Dit perspectief vereist structurele hervormingen, waarbij het resultaat voor de lange termijn belangrijker is dan de nadelige gevolgen op de korte termijn. Met het oog op de toekomst van ons allen acht de regering nu scherpe keuzes noodzakelijk.
De regering beoogt daarmee eveneens een cultuuromslag tot stand te brengen. De overheid dient ruimte te laten aan het initiatief van burgers en bedrijven. Daadwerkelijke verbeteringen zijn alleen mogelijk indien iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt en meedoet in onze maatschappij. De overheid kan niet de oplossing voor alle vraagstukken bieden en behoort dat ook niet te doen. Zij moet juist de randvoorwaarden scheppen om problemen oplosbaar te maken. Daartoe dient zij minder regels te stellen en die regels beter te handhaven.
Deze uitgangspunten staan in het beleid van de regering centraal.

Nederland raakt steeds meer verweven met Europa, zowel in politiek als in economisch opzicht. De Europese Unie is een waarde- en rechtsgemeenschap. Zij heeft zich gaandeweg ontwikkeld tot een vrije markt voor goederen, personen, kapitaal en diensten. Een gemeenschappelijk handels-, landbouw-, en asielbeleid en één munt versterken de integratie. Internationaal neemt het belang van de Unie toe als factor van vrede en stabiliteit.
Het aantal lidstaten van de Europese Unie is sinds de oprichting sterk gegroeid. Naar verwachting zal de Unie volgend jaar uit 25 landen bestaan.
De uitbreiding is verheugend maar stelt de spankracht van de Unie ook op de proef.
In oktober zal de Intergouvernementele Conferentie over de nieuwe Grondwet voor de Unie van start gaan. De regering zal zich ervoor inzetten dat de Unie slagvaardiger kan besluiten en optreden. Daartoe zal de centrale rol van de Europese Commissie moeten worden versterkt en de besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid worden uitgebreid. Ook het democratisch gehalte dient te worden vergroot, door de positie van het Europees Parlement te verstevigen. De Unie zal er tevens voor moeten zorgen dat de uitgaven beheerst blijven en de lasten eerlijk worden verdeeld. Alleen zo kan het draagvlak voor de afdrachten behouden blijven.

In de tweede helft van volgend jaar bekleedt Nederland het voorzitterschap van de Europese Unie. De regering zal actief bijdragen aan het streven van de Unie om de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld te worden.
Mede met het oog op de bestrijding van terrorisme zullen voorstellen worden gedaan voor een verdergaande Europese samenwerking op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar het continueren van de hechte relatie met de Verenigde Staten.

De regering acht versterking van de internationale rechtsorde, vrede en veiligheid van groot belang. Met de inzet van ruim 2200 militairen in crisisbeheersingsoperaties levert Nederland hieraan een grote bijdrage. In Irak en Afghanistan zal Nederland zich blijven inzetten voor de wederopbouw. Er worden extra middelen vrijgemaakt om de Nederlandse militairen nog beter uit te rusten voor de taken die zij onder moeilijke omstandigheden vervullen.

De aandacht van de regering blijft tevens uitgaan naar Afrika, het armste werelddeel, waar conflicten, ongelijkheid, regionale instabiliteit, honger, aids en andere ziekten de ontwikkeling belemmeren. Mede met het oog daarop is een apart fonds voor vrede en stabiliteit ingesteld binnen de begroting van Buitenlandse Zaken. Voor duurzame armoedebestrijding hebben ontwikkelingslanden niet alleen hulp nodig maar ook vrije toegang tot de wereldmarkt.

Bezinning op de samenwerkingsrelatie binnen het Koninkrijk zal de komende tijd veel aandacht vragen. De Nederlandse Antillen en de afzonderlijke eilanden staan voor fundamentele vragen over de financieel-economische problemen en de vormgeving van het bestuur. De urgentie om te komen tot een daadwerkelijke aanpak is groot. De regering acht structurele verbetering van rechtspleging en rechtshandhaving in het gehele Koninkrijk noodzakelijk. Het vijftigjarig bestaan in 2004 van het Statuut geeft aanleiding om gemeenschappelijk te zoeken naar een nieuw perspectief voor het Koninkrijk.

Om structurele hervormingen en een cultuuromslag in ons land tot stand te brengen zijn een andere verhouding tussen bestuur en burger, een duidelijke verbetering van de publieke dienstverlening en een vernieuwing van ons democratisch bestel vereist.
Om burgers en bedrijven ruimte te geven, zijn deregulering en vermindering van administratieve lasten cruciaal. Het streven is deze lasten de komende vier jaar dan ook met een kwart te laten dalen. De overheid wordt bovendien selectiever in wat ze tot haar verantwoordelijkheid rekent, maar kerntaken behoren beter te worden uitgevoerd. Met het oog hierop zullen taken, werkwijze en omvang van de overheid worden doorgelicht. Het resultaat moet een toegankelijke, dienstverlenende en efficiënte overheid zijn. Daartoe zal het programma tot modernisering van de overheid aan u worden voorgelegd.

De regering streeft ernaar dat in 2004 ongeveer de helft van de publieke informatie ook op internet beschikbaar zal zijn, om zo de toegankelijkheid van de overheid te verbeteren. Daarenboven zal de burger in de toekomst niet steeds opnieuw, maar slechts één keer zijn persoonsgegevens aan de overheid hoeven te verstrekken.

De regering wil de werking van de democratie versterken. Daartoe zal de directe invloed van de kiezer op zijn vertegenwoordigers, en op zijn gemeentelijk bestuur, worden vergroot. In 2004 zal de regering wetsvoorstellen indienen voor een nieuw kiesstelsel met districten en met ingang van 2006 voor de directe verkiezingen van burgemeesters. Binnen de mogelijkheden die de Grondwet daartoe biedt, zullen u voorstellen worden gedaan om de burgemeester een sterke, eigen positie in het bestuur van de gemeente te geven.

Het doel van integratie is een toekomstperspectief te bieden en de cohesie in de samenleving te versterken. Een te groot deel van de allochtone bevolking neemt onvoldoende deel aan de maatschappij. Integratie betekent meedoen, en dat vereist de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor zelfredzaamheid. Het aanbod van inburgeringcursussen wordt vrijgelaten. Voor nieuwkomers geldt voor toelating de voorwaarde dat zij over basiskennis van het Nederlands beschikken. Behalve maatregelen om de integratie te vergroten, worden ook verdere maatregelen genomen om de instroom van vreemdelingen te beperken.

De aanwezigheid in ons land van asielzoekers die reeds vele jaren op de uitkomst van hun procedure wachten, is maatschappelijk een probleem. Voor een afgebakende groep asielzoekers die aan toetsbare criteria voldoet, zal eenmalig worden voorzien in een regeling tot verblijf. Voor hen die geen recht hebben om zich hier blijvend te vestigen zal een actiever uitzettingsbeleid gelden.

De Nederlandse economie is, na jaren van voorspoed en sterke economische groei, dit jaar volledig tot stilstand gekomen. Volgend jaar wordt een verdere forse stijging van de werkloosheid verwacht. Veel mensen zullen hierdoor worden getroffen. Dat raakt niet alleen de werkloze zelf, maar ook zijn familie en zijn omgeving.
De loonkosten zijn fors gestegen en de arbeidsproductiviteit is hierbij achtergebleven. Hierdoor presteert Nederland aanzienlijk slechter dan de meeste andere landen in de Europese Unie.
Bovendien zullen mensen behorend tot de naoorlogse geboortegolf in de komende jaren de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, terwijl de groep mensen die de middelen voor de oudedagsvoorzieningen moet opbrengen kleiner wordt.
Dit alles noopt tot nieuwe maatregelen om de structuur van de economie te versterken, de lonen te matigen en de arbeidsparticipatie te verhogen. Een grotere eigen verantwoordelijkheid vooral in de sociale zekerheid en het terugbrengen van de staatsschuld zijn daartoe nodig. Tegelijkertijd moet worden voldaan aan de afspraken in het kader van de Economische en Monetaire Unie.
Door nú de economische en budgettaire problemen aan te pakken wordt voorkomen dat huidige én volgende generaties de rekening gepresenteerd krijgen in de vorm van structurele werkloosheid, blijvende economische problemen en de noodzaak om de overheidsfinanciën alsnog op orde te brengen.
Voor een perspectief op herstel zijn moeilijke maatregelen nu nodig. Bijna alle burgers zullen er komend jaar in koopkracht op achteruitgaan. De lasten zullen echter zo veel mogelijk evenwichtig worden verdeeld. Bovenmatige stijging van topinkomens in de marktsector en in de semi-collectieve sector wil de regering met passende maatregelen tegengaan.

Om groei van de werkgelegenheid te bereiken is matiging van loonkosten essentieel. De overheid zal hieraan actief bijdragen door de ontwikkeling van de ambtenarensalarissen en de uitkeringen te beperken.
Werkhervatting en het vinden van passende arbeid is het uitgangspunt in een nieuw WAO-stelsel. De periode waarin werkgevers bij ziekte loon doorbetalen zal vanaf 2004 worden verlengd van één naar twee jaar. Daarbij zal de inkomensvoorziening het tweede jaar beperkt blijven tot 70%. Alleen wie duurzaam en volledig niet meer in staat is om arbeid te verrichten, krijgt een permanente inkomensbescherming.

De regering wil de toelatingseisen van de WW aanscherpen en acht de afschaffing van de vervolguitkering geboden.
Eigen verantwoordelijkheid en arbeidsparticipatie staan ook in het wetsvoorstel werk en bijstand centraal. Wie niet zelfstandig werk kan vinden, krijgt ondersteuning in de vorm van een reïntegratietraject. Zolang dat nodig is, wordt een bijstandsuitkering verstrekt. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de gemeenten.
Ook ouderen moeten zo veel mogelijk blijven werken. De fiscale faciliteiten voor vervroegd uittreden en prepensioen kunnen in dat licht niet worden gehandhaafd.
Vooral mensen in de leeftijd tussen 30 en 50 jaar hebben dikwijls moeite om arbeid en zorg te combineren. De invoering van een levensloopregeling zal dit gemakkelijker maken.

De productiviteit van de Nederlandse economie zal structureel worden versterkt door te investeren in onderwijs, kennis en innovatie. Om een impuls te geven aan de Nederlandse kenniseconomie heeft de regering het Innovatieplatform ingesteld, waarin leden van het kabinet met gezaghebbende deskundigen uit bedrijfsleven, wetenschap en onderwijs gezamenlijk ideeën ontwikkelen.
Ruimte scheppen voor ondernemers is eveneens wezenlijk voor de verhoging van de productiviteit. Mensen die een onderneming willen starten zullen minder barrières ondervinden en gericht worden ondersteund.
De regering spant zich in om ook de belangrijke agrarische sector een duurzaam en innovatief karakter te geven.

De economie en de concurrentiepositie zullen tevens worden versterkt door te investeren in onderhoud en beter gebruik van de bestaande infrastructuur.
Voor een betere doorstroming op de weg zal het programma voor spitsstroken bij de ernstige knelpunten versneld worden uitgevoerd.
De regering acht daarnaast de ontwikkeling van de luchthaven Schiphol en de haven van Rotterdam van wezenlijke economische betekenis voor Nederland.
Voor sterke steden en dorpen is het van belang meer woningen te bouwen. De regering zal de randvoorwaarden creëren waardoor de achterblijvende woningbouwproductie kan toenemen en erop aandringen dat ook de marktpartijen hun verantwoordelijkheid nemen.

Het is van groot belang dat de zorg in ons land toegankelijk, hoogwaardig en betaalbaar blijft. De huidige economische situatie en de vergrijzing dwingen echter ook op dit terrein tot het maken van heldere keuzes. De kosten van de zorg zijn de laatste jaren fors gestegen, terwijl de kwaliteit daarmee geen gelijke tred heeft gehouden.
Om die kosten te beperken wordt het wettelijk verzekerde pakket verkleind en worden de eigen bijdragen verhoogd. De medisch noodzakelijke zorg wordt bij deze maatregelen ontzien. Voor chronisch zieken met een laag inkomen wordt een speciale compensatiemaatregel getroffen.
Om een goede, betaalbare gezondheidszorg op langere termijn zeker te stellen moet de eigen verantwoordelijkheid van burgers, instellingen en verzekeraars voorop staan. De overheid stelt daarbij eisen en randvoorwaarden. De nieuwe standaardverzekering zal op deze uitgangspunten gebaseerd zijn en wordt in 2006 ingevoerd. Minder regels, meer doelmatigheid en efficiëntere organisatie zijn noodzakelijk voor betere prestaties in de zorg.

De komende jaren zal veel aandacht besteed worden aan medisch-ethische vraagstukken. In 2004 zal de wetgeving op het gebied van euthanasie en afbreking van zwangerschap worden geëvalueerd. Uitgangspunt daarbij is dat de geldende regels daadwerkelijk worden nageleefd.

Ondanks de moeilijke budgettaire situatie stelt de regering extra middelen beschikbaar om de kwaliteit van de samenleving op verschillende terreinen te verbeteren.

Onderwijs draagt in grote mate bij aan het goed functioneren van de maatschappij, zowel nu als in de toekomst.
Op dit moment verlaten nog te veel jongeren de school zonder diploma. Om deze schooluitval fors terug te dringen zullen leerlingen en studenten intensiever worden begeleid.
Het lerarentekort wordt eveneens aangepakt. Scholen krijgen meer ruimte om ondersteunend personeel aan te nemen en leraren krijgen betere mogelijkheden om zich voor te bereiden op nieuwe eisen die aan hen worden gesteld.
Diversiteit en toegankelijkheid blijven in het cultuurbeleid centraal staan.

De milieueffecten van productie en consumptie van goederen en diensten worden nog onvoldoende onderkend. Het stimuleren van duurzame innovaties moet leiden tot een efficiënter gebruik van grondstoffen.
Ecologische en landschappelijke waarden bepalen de leefbaarheid van onze maatschappij. Daarom zijn extra middelen uitgetrokken voor de verwerving van natuur en behoud van een vitaal platteland.

De kwaliteit van de samenleving zal verder verbeterd worden door het terugdringen van geweld en overlast op straat. Toezicht en controle in de openbare ruimte worden vergroot. Veelplegers worden met voorrang aangepakt.
Voor meer veiligheid zijn preventie en toezicht onontbeerlijk, evenals een effectief optreden van justitie en politie. Daartoe zijn verruiming van bevoegdheden en organisatorische aanpassingen dringend gewenst.
Voor de openbaar aanklager, de rechter en het gevangeniswezen worden extra middelen ter beschikking gesteld opdat wangedrag snel en rechtvaardig kan worden berecht.

Ontwikkeling en handhaving van de rechtsorde is één van de kerntaken van de overheid. Deze moet worden onderhouden en zo nodig aangepast aan een veranderende samenleving.
Het uitgangspunt daarbij is een rechtsorde die ruimte biedt waar mogelijk en kaders stelt waar vereist. Partijen moeten allereerst zelf een oplossing zoeken voor hun geschillen. Hiertoe zijn heldere rechtsnormen geboden. Een slagvaardige rechtspraak is als sluitstuk onmisbaar.
In de komende regeerperiode zullen u voorstellen worden voorgelegd om regelgeving, handhaving en rechtspraak hierop te laten aansluiten.

Leden van de Staten-Generaal,
De regering acht het van groot belang dat het voorgenomen beleid in overeenstemming met de Staten-Generaal zo spoedig mogelijk wordt omgezet in concrete uitvoering. Zij vertrouwt erop dat met de voorziene structurele hervormingen, gericht op een sterke en duurzame economie, Nederland perspectief wordt geboden om aansluiting te vinden bij de aantrekkende wereldconjunctuur. Met haar voorstellen wil de regering bijdragen aan een slagvaardige overheid, een levende democratie en een veiliger samenleving en daarmee de sociale samenhang in ons land versterken.

De regering doet deze voorstellen in het besef dat resultaten alleen te bereiken zijn met gemeenschappelijke inspanning van alle geledingen van de samenleving. De regering wil met u haar doelstellingen realiseren en ziet daarom uit naar een vruchtbaar overleg.
Op u rust een verantwoordelijke en zware taak. U mag zich daarbij gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.

Dinsdag 16 september 2003

 

 

 

Stelselmatige daders. Reactie overheid mede erop gericht moet zijn veelplegers een ander gedrags- en levenspatroon aan te leren 

243

ADVIES


inzake

Het wetsvoorstel inzake bijkomende straf voor stelselmatige daders.


Inleiding
Bij brief van 23 december 2002 heeft de minister van Justitie de NVvR advies verzocht over een concept voorstel van wet inzake de bijkomende straf van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders. Het bijgaande advies is voorbereid door een werkgroep uit leden van de vereniging en na behandeling vastgesteld door de wetenschappelijke commissie.

Inhoud voorstel
Met dit wetsvoorstel wordt een meer effectieve aanpak beoogd van de zogenoemde veelplegers die veelvuldig de veiligheid van personen of goederen in de openbare ruimte in gevaar brengen door misdrijven als openlijk geweld, straatroof, winkeldiefstal en vernieling. Er wordt een bijkomende straf voorgesteld van plaatsing in een specifiek voor hen bestemde inrichting. Deze bijkomende straf kan worden opgelegd na drie of meer veroordelingen wegens misdrijf in het voorafgaande tijdvak van vijf jaren, indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan.
Daarnaast bevat het voorstel een uitbreiding van de mogelijkheid tot het toepassen van voorlopige hechtenis en wijzigingen in de Penitentiaire Beginselenwet.

Commentaar

1. algemene opmerkingen
De NVvR kan instemmen met het aan het conceptwetsvoorstel ten grondslag liggende uitgangspunt, dat een effectieve aanpak wenselijk is van plegers van strafbare feiten die stelselmatig de veiligheid van personen en goederen in de openbare ruimte in gevaar brengen. De zorgen die hierover vanuit verschillende groepen in de samenleving naar voren worden gebracht, hebben ertoe geleid dat de aanpak van veelplegers in het recente beleidsplan van het Openbaar Ministerie, “Perspectief op 2006”, een belangrijke plaats heeft gekregen. Omdat de beschikbare capaciteit voor opsporing, vervolging en berechting (zittingscapaciteit) beperkt is – iets waarmee leden van de NVvR dagelijks worden geconfronteerd -, moet doelgericht worden omgegaan met de wel beschikbare middelen. De NVvR onderschrijft dan ook de gedachte in genoemd beleidsplan dat eerst informatie over niveau en concentratie van bepaalde vormen van criminaliteit bijeen wordt gebracht en vervolgens gericht te werk wordt gegaan. Dit laatste kan volgens dat beleidsplan inhouden dat de te nemen maatregelen variëren, al naar gelang bepaalde vormen van criminaliteit situationeel gebonden zijn (bijv. geconcentreerd in een bepaalde stadswijk) of persoonsgebonden zijn (bijv. veelplegers). Ook onderschrijft de NVvR de gedachte dat van een tijdige signalering van problemen en een preventieve aanpak (het beleidsplan noemt opvoedingsondersteuning als voorbeeld) een beter effect is te verwachten dan met optreden achteraf.

De concept-memorie van toelichting noemt als kenmerken van stelselmatige daders dat zij veel op straat leven, een gebrek aan gehechtheid en zelfredzaamheid hebben en weinig structuur in hun leven hebben. Zij stelt dat een strafrechtelijke reactie van de overheid mede erop gericht moet zijn veelplegers een ander gedrags- en levenspatroon aan te leren. De NVvR kan zich erin vinden dat wordt gewerkt aan programma’s die op reïntegratie zijn gericht, aan toezicht en begeleiding en aan detentiemodaliteiten die rekening houden met de specifieke kenmerken van de subgroepen (par. 1.1. toelichting wetsvoorstel).

Deze positieve grondhouding tegenover het uitgangspunt neemt niet weg dat de NVvR bedenkingen heeft over de vorm waarin het conceptwetsvoorstel aan het uitgangspunt uitwerking heeft gegeven. Deze bedenkingen hebben voornamelijk betrekking op de keuze voor een bijkomende straf, op de verhouding van deze bijkomende straf tot de bestaande maatregel van SOV, op de onduidelijkheid welke categorieën voor deze bijkomende straf in aanmerking komen en op het gebrek aan aandacht voor de noodzaak van informatievergaring over de persoon van de dader ingeval gekozen wordt voor een persoonsgerichte aanpak.

Voor zover het conceptvoorstel ertoe strekt de mogelijkheden te vergroten om plegers van deze feiten in voorlopige hechtenis te nemen, ontmoet het dezerzijds geen bezwaar.

2. plaats in het stelsel van straffen en maatregelen
In het geldende stelsel van strafrechtspleging bepaalt de strafrechter de op te leggen (hoofd- en bijkomende) straffen, waarbij hij let op de ernst van het gepleegde strafbare feit en op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de dader. Maatregelen (titel II A van boek 1 Sr) hebben niet bestraffing ten doel, maar strekken onder meer tot beveiliging/preventie. Uit het conceptvoorstel noch uit de memorie van toelichting blijkt dat het de bedoeling is de systematiek te wijzigen.

De keuze in het conceptwetsvoorstel voor een bijkomende straf - een vrijheidsbeneming voor ten hoogste twee jaar (blijkens de MvT: minimaal 6 maanden intramurale vrijheidsbeneming en, bij goed gedrag, daarna gedurende een periode van 6 – 12 maanden op resocialisatie gerichte programma’s en toezicht) – stelt de strafrechter voor moeilijkheden, die hieronder nader worden uiteengezet.

Vooraf: in het bestaande stelsel is het reeds mogelijk dat voor delicten als hier aan de orde een vrijheidstraf voor de duur van 6 – 12 maanden wordt opgelegd. De bevoegdheid van de politierechter is recent uitgebreid tot het opleggen van een vrijheidsstraf van 12 maanden. De strafrechter bepaalt niet de wijze waarop in de penitentiaire inrichtingen aan een vrijheidsstraf invulling wordt gegeven. Het bestaande stelsel staat geenszins eraan in de weg dat de tenuitvoerlegging nu reeds wordt gezet in de sleutel van speciale, op resocialisatie gerichte programma’s voor stelselmatige daders.

Het conceptwetsvoorstel heeft kennelijk het oog op situaties waarin een en dezelfde persoon gedurende een bepaalde periode (5 jaar) telkens misdrijven pleegt, die op zichzelf geen aanleiding geven voor het opleggen van een langdurige vrijheidsstraf. In de huidige straftoemetingspraktijk vindt het veelvuldig plegen van misdrijven doorgaans uitdrukking in het opleggen van een steeds hogere straf; bijv. in het geval van winkeldiefstallen een opklimmende reeks van een (voorwaardelijke) geldboete naar een taakstraf en zo nodig een gevangenisstraf, eerst voorwaardelijk en bij volgende keren één tot enkele weken per feit. Maar daar is een bovengrens. Ofschoon de rechter een grote vrijheid heeft in de straftoemeting, en ook rekening houdt met aspecten als generale en speciale preventie, wordt de bovengrens van de op te leggen straf in belangrijke mate bepaald door de aard van het delict. Het valt niet te verwachten dat de rechter voor een relatief eenvoudig delict (ook al is dat het zoveelste misdrijf van deze dader in een kort tijdvak) een vrijheidsbenemende straf van twee jaar zal opleggen. Een dergelijke bestraffing zou bovendien het broze evenwicht binnen het stelsel van straftoemeting als geheel – d.w.z. in verhouding tot de straftoemeting voor andersoortige delicten - verstoren. De rechter zou het “ne bis in idem”-beginsel schenden als hij nogmaals een straf zou opleggen voor eerder begane misdrijven waarvoor reeds een straf is opgelegd en ten uitvoer gelegd.

De door de vergelding bepaalde bovengrens laat zich voorts toelichten aan de hand van een voorbeeld uit de conceptmemorie van toelichting. Tot de groep van stelselmatige daders behoort volgens die conceptmemorie de categorie van daders met een psychiatrische achtergrond. Aangenomen al, dat er enig verband is tussen die psychiatrische achtergrond en de gepleegde misdrijven, zal de rechter – of het nu gaat om het opleggen van een hoofdstraf dan wel een bijkomende straf – er niet aan ontkomen in zijn oordeel te betrekken of, en in hoeverre, het delict aan de dader kan worden toegerekend. Een psychiatrische achtergrond zal in de regel worden beschouwd als een strafverminderende omstandigheid: door de ziekte kan het feit de dader niet ten volle aangerekend worden. Veeleer is hulpverlening geboden.

Anders ligt het met op te leggen maatregelen, waar de wettelijke systematiek meebrengt dat de vergelding niet de bovengrens bepaalt. In gevallen waarin het algemeen belang vereist dat, naast en boven de vergelding van het strafbare feit, een bepaald belang bescherming verdient, geeft de wetgever de strafrechter de mogelijkheid bepaalde maatregelen op te leggen. Het is de NVvR bekend dat het onderscheid tussen straffen en maatregelen ter discussie staat: zie de preadviezen voor de Ned. Juristenvereniging 2002. Toch is zij van mening dat wanneer het inderdaad de bedoeling van de wetgever is om, los van de ernst van het begane misdrijf, een vrijheidsbeneming gedurende zekere tijd mogelijk te maken teneinde de dader gedurende een zodanige periode te onderwerpen aan een bepaald programma dat een op het plegen van delicten gericht levenspatroon wijzigt in een op resocialisatie gericht patroon, een sanctie in de vorm van een maatregel de voorkeur verdient boven een sanctie in de vorm van een bijkomende straf.

In de concept-memorie van toelichting wordt “beveiliging van de samenleving” als het primaire doel van de nieuw in te voeren sanctie genoemd. Het Wetboek van Strafrecht kent reeds de mogelijkheid van de maatregel van plaatsing van een veroordeelde in een inrichting voor de opvang van verslaafden (SOV). Als wenselijk wordt geacht de mogelijkheden te verruimen om stelselmatige daders vast te houden, dan ligt naar de mening van de NVvR een uitbouw van deze maatregel tot plaatsing in een penitentiaire inrichting voor volwassenen (analoog aan de PIJ in het jeugdstrafrecht) meer voor de hand dan de in het concept-voorstel gekozen uitwerking. Blijkens de ontwerp-memorie van toelichting zijn de doeleinden van de nieuwe bijkomende straf in wezen dezelfde als die van de SOV. Het argument dat in het verleden de plaatsing in een Rijkswerkinrichting een bijkomende straf was, heeft de NVvR niet overtuigd: die sanctie werd algemeen beschouwd als obsoleet.

3. verhouding van de voorgestelde bijkomende straf tot de SOV-maatregel
Sedert kort bestaat de maatregel van plaatsing in een inrichting voor de opvang van verslaafden (art. 38m e.v. Sr). Met de oplegging en tenuitvoerlegging van deze maatregel bestaat al enige ervaring. Aan een evaluatie wordt inmiddels gewerkt. In het licht hiervan, is opmerkelijk dat de conceptmemorie van toelichting op het huidige voorstel de categorie van verslaafden noemt als een categorie van stelselmatige daders, voor wie de bijkomende straf van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is bestemd.

De NVvR vreest dat het naast elkaar bestaan van een maatregel van plaatsing in een inrichting voor de opvang van verslaafden en een bijkomende straf van plaatsing in een inrichting voor (verslaafde) stelselmatige daders in de praktijk tot verwarring zal leiden. Op zichzelf is juist, dat de thans voorgestelde bijkomende straf bestemd is voor een veel ruimere groep dan alleen de verslaafden aan verdovende middelen als bedoeld in art. 38m lid 3 Sr (middelen met een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid). In theorie zijn de beide sancties wel te onderscheiden. Onduidelijkheid wordt echter veroorzaakt doordat de conceptmemorie van toelichting uitdrukkelijk spreekt over “verslaafden” en over “personen waarvoor de SOV-capaciteit ontbreekt”. Mocht het de bedoeling zijn dat aan verdachten die verslaafd zijn aan bovenbedoelde middelen, doch voor wie ten tijde van hun berechting geen plaatsruimte is in de SOV, bij gebrek aan beter maar een bijkomende straf van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt opgelegd, dan acht de NVvR dit onjuist. Een enkel op capaciteitsgebrek gebaseerde ongelijke behandeling van gelijke gevallen is uit een oogpunt van rechtsgelijkheid niet te verantwoorden. Juist in deze tijd, waarin door O.M. en rechtsprekende macht veel wordt geïnvesteerd in de harmonisatie van de straftoemeting en een verbeterde strafmotivering, is een evenwichtig sanctiestelsel een noodzaak.


4. Voor welke categorieën bestemd?
Los van het voorgaande, zou de NVvR gaarne zien dat in de memorie van toelichting aandacht wordt besteed aan de vraag, voor welke categorieën verslaafden de wetgever zich de SOV-maatregel heeft voorgesteld en voor welke categorieën de bijkomende straf van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders en welke reden er is onderscheid te maken tussen veelplegers die lijden aan een verslaving aan middelen met een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid, en andere verslaafde veelplegers. In de conceptmemorie van toelichting (par. 1.2) wordt gesteld dat de aanpak van stelselmatige daders primair wordt gerechtvaardigd door de beveiliging van de samenleving en dat de regeling niet, zoals de SOV, ziet op één specifieke problematische groep.

Wanneer het uitsluitend zou gaan om het “van de straat houden”, maakt het weinig verschil welke penitentiaire modaliteit gekozen wordt. Uit de vakliteratuur over het onderwerp stelselmatige daders en het reeds genoemde beleidsplan van het O.M. leidt de NVvR echter af, dat het nu juist de bedoeling is bij stelselmatige daders niet daarmee te volstaan en een op de persoon van de dader gerichte aanpak te bieden. Dat vereist een goede informatievoorziening omtrent de persoon van de verdachte en de mogelijkheden voor behandeling, alvorens de rechter beslist. Het vereist ook een duidelijke visie van de wetgever omtrent de doeleinden van de voorgestelde bijkomende straf. Op basis van de toelichting, zoals deze thans in concept voorligt, wordt aan de rechter (en aan de vorderende officier van justitie) een ver gaande nieuwe extra sanctiemogelijkheid geboden. Van deze mogelijkheid zal t.a.v. verslaafden aan bedoelde categorie verdovende middelen weinig of geen gebruik worden gemaakt indien de meerwaarde ervan boven de reeds bestaande SOV-maatregel niet duidelijk is.

De conceptmemorie van toelichting noemt als categorieën, voor wie de nieuwe bijkomende straf bedoeld is: de verslaafden (bedoeld zijn naast drugsverslaafden wellicht ook gokverslaafden en alcoholverslaafden): ook voor deze categorie is een op de persoon gerichte aanpak nodig. Als tweede categorie noemt de conceptmemorie van toelichting personen met een psychiatrische achtergrond: hier is niet duidelijk hoe de wetgever zich de verhouding voorstelt tussen de mogelijkheden van de Wet Bopz, de mogelijkheden voor psychiatrische behandeling in het kader van de tenuitvoerlegging van een “gewone” gevangenisstraf en de mogelijkheden van de nieuw voorgestelde bijkomende straf. Beveiliging van de samenleving is een belangrijk doel van de bestaande maatregel van terbeschikkingstelling, maar bij de TBS is door de wetgever voorzien in voorlichting omtrent de persoon door medische disciplines en in een uitgebreide regeling voor het verblijfsregime. Wanneer de meerwaarde boven de bestaande mogelijkheden niet duidelijk wordt gemaakt, zal de rechter, naar verwachting, ervoor terugschrikken om, in de vorm van een bijkomende straf als thans voorgesteld, in feite een open machtiging te geven tot vrijheidsbeneming voor de duur van twee jaar bij stelselmatige daders met een psychiatrische stoornis.

De derde categorie die de conceptmemorie van toelichting noemt is die van de illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen. Ook ten aanzien van die categorie is niet duidelijk, wat de wetgever zich heeft voorgesteld van deze nieuwe bijkomende straf. Een op resocialisatie in de Nederlandse samenleving gericht programma heeft weinig zin indien de regering de uitzetting van de betrokkene naar het land van herkomst beoogt. Indien het erom gaat de betrokkene vast te houden in afwachting van de uitzetting, wordt uit de conceptmemorie van toelichting niet duidelijk hoe de wetgever zich de verhouding heeft voorgesteld tussen de bewaring op grond van art. 56 e.v. Vreemdelingenwet 2000 en de nieuw voorgestelde straf. Als laatste noemt de conceptmemorie van toelichting de categorie “overigen”. Het is de NVvR niet duidelijk geworden, aan welke groep van stelselmatige daders de regering hier denkt.

Tenslotte – er is ook door anderen al op gewezen – wijst de NVvR op een discrepantie tussen de conceptmemorie van toelichting en de conceptwettekst. In de MvT worden drie voorwaarden genoemd voor het opleggen van de nieuwe bijkomende straf. In de wettekst komen de eerste twee voorwaarden wel terug, maar de derde (“de veiligheid van personen of goederen moet het opleggen van de bijkomende straf eisen”) niet. Mede met het oog op een evenwichtige verhouding tot art. 38m Sr, stelt de NVvR voor deze derde voorwaarde in de wettekst op te nemen.

5. gevolgen voor de justitiële keten
Het valt te verwachten dat in nagenoeg alle gevallen waarin oplegging van de voorgestelde bijkomende straf zal worden gevorderd, de totale duur van de feitelijke vrijheidsbeneming langer zal zijn dan een half jaar; in veel gevallen zal het meer dan een jaar zijn. Vrijheidsbenemingen van een dergelijke duur dienen naar de mening van de NVvR slechts na een zorgvuldige afweging en op grond van voldoende inzicht in de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte te worden opgelegd.

Thans is ter terechtzitting, wanneer veelplegers terecht staan, lang niet alle informatie over de betreffende persoon beschikbaar. Vaak wordt in zo’n geval een betrekkelijk lage vrijheidsstraf gevorderd (bijv. twee of drie weken). De rechter wijkt daar meestal maar weinig van af. Het zou aanbeveling verdienen wanneer alle informatie over dit type verdachten, met inbegrip van de veelvuldige politiecontacten, tijdig voor de rechter beschikbaar komt. Wanneer de OvJ in dat geval een aan de werkelijke hoeveelheid justitiecontacten en de ernst van de gepleegde feiten aangepaste straf vordert, kan van de bestaande wettelijke mogelijkheden een beter gebruik worden gemaakt. Op dit moment lopen experimenten met een betere informatievoorziening.

Het wetsvoorstel leidt ertoe, dat vorderingen tot het opleggen van de bijkomende straf in beginsel zullen dienen voor de meervoudige strafkamer en dat in elk geval een reclasseringsrapport niet zal mogen ontbreken. Dit strookt met het uitgangspunt van een juist op de persoon van de stelselmatige dader gerichte aanpak. In de conceptmemorie van toelichting wordt op de gevolgen van het wetsvoorstel voor de justitiële keten in het geheel niet ingegaan. Wanneer werk wordt gemaakt van de intentie van de wetgever en van de aanpak van stelselmatige daders, valt een verschuiving te verwachten van zaken die thans op de zitting van de politierechter worden aangebracht naar de meervoudige strafkamer. Dat de zittingscapaciteit van de meervoudige strafkamers op dit ogenblik onder grote druk staat, is bekend. In de conceptmemorie van toelichting wordt aangegeven dat voor de aanpak van stelselmatige (volwassen) daders ingevolge het Veiligheidsprogramma vanaf 2006 € 70 miljoen beschikbaar is, maar dit bedrag is klaarblijkelijk gereserveerd voor de executie van de voorgestelde bijkomende straf. Er is geen rekening gehouden met de extra kosten in de fase van de oplegging van de straf.

De NVvR voorziet voorts logistieke problemen bij de tenuitvoerlegging. Ingevolge het voorgestelde derde lid van artikel 32 gaat, indien als hoofdstraf een gevangenisstraf is opgelegd, de bijkomende straf in op de dag waarop de hoofdstraf eindigt. Waar de hoofdstraf voor het laatst gepleegde misdrijf in veel gevallen niet meer dan enkele weken of maanden gevangenisstraf zal bedragen en het bovendien de bedoeling van de wetgever lijkt te zijn dat de verdachte tot de terechtzitting in voorlopige hechtenis wordt gehouden, valt te verwachten dat op het tijdstip waarop het vonnis onherroepelijk wordt, de opgelegde gevangenisstraf al geheel of grotendeels zal zijn uitgezeten. In dat geval zal onmiddellijk een plaats in een inrichting voor stelselmatige daders beschikbaar moeten zijn. De problematiek, aan de minister bekend van de plaatsing van TBS-gestelden voor wie nog geen plaatsruimte in een TBS-inrichting is gevonden, zal zich ook hier gaan voordoen. Het vraagstuk is, of het vasthouden van een veroordeelde in afwachting van het beschikbaar komen van plaatsingsruimte, niet neerkomt op een ongeoorloofde verlenging door de administratie van de door de rechter opgelegde gevangenisstraf. Gelet hierop, zal een aanmerkelijk aantal plaatsen in de inrichtingen voor stelselmatige daders moeten worden vrijgehouden om een juiste tenuitvoerlegging van de bijkomende straf te waarborgen.

6. opmerkingen over de voorgestelde wetstekst
In onderdeel G wordt voorgesteld het toevoegen van een lid aan artikel 62 van het Wetboek van Strafrecht. Dat artikel heeft betrekking op de samenloop van overtredingen onderling en van overtredingen met misdrijven. De thans voorgestelde bijkomende straf heeft alleen betrekking op misdrijven. Zo er sprake is van vervolging voor meerdere misdrijven, ligt het meer voor de hand in artikel 60 te bepalen dat slechts eenmaal de hier bedoelde bijkomende straf wordt opgelegd.
Het lijkt innerlijk tegenstrijdig om (zoals het voorgestelde artikel 32, vierde lid, veronderstelt) iemand gelijktijdig te veroordelen tot een taakstraf (een vorm van vergelding waarbij wordt voorkomen dat een veroordeelde in de gevangenis komt) en de thans voorgestelde bijkomende straf.

Samenvatting en conclusie
De NVvR kan zich vinden in een prioriteitstelling waarbij de aandacht wordt gericht op die vormen van criminaliteitsbestrijding waarvan het meeste effect te verwachten valt, ook indien dit een op de persoon van stelselmatige daders gerichte aanpak inhoudt. Dit vereist evenwel beschikbaarheid van meer informatie over de persoon en een uitgebreider behandeling dan thans voorhanden is.

De NVvR adviseert de minister het conceptwetsvoorstel niet in deze vorm in te dienen, omdat de gekozen uitwerking in de vorm van een bijkomende straf, in plaats van een maatregel zoals de SOV, niet goed in het wettelijk stelsel past en in de praktijk tot problemen leidt. Verder is nog niet helder, voor welke categorieën de wetgever de nieuw voorgestelde sanctie heeft bedoeld en is ook de relatie tot andere, reeds bestaande sancties (in het bijzonder de SOV) nog niet duidelijk. 

 

 

 

 

 

 
Nederland is een politiestaat! J. Hop publiceert de Troonredes 1990 - 2009 gratis op internet en nodigt burgers uit na te denken
UIT Uitgangsformule. In Nederland worden onafhankelijke producerende bedrijven en personen financieel uitgekleed en kapot gemaakt om de gesubsidieerde hulpverlening en de elite steeds verder te verrijken". Met een verborgen agenda kan een kleine groep van voorname mensen (elite) burgers in dit land hun wil opleggen. Zij maken door het onder elkaar verdelen van vrijwel alle belangrijke posities overheid, bedrijfsleven, jeugdzorg, milieu, onderwijs, rechtspraak, media en politiek hier feitelijk de dienst uit. Dit is de uitgangsformule van de websites Censuur in Nederland en Groep Hop
710 Complaint J. Hop Ermelo (The Netherlands) against the State of the Netherlands (Zutphen District Court) against three judges rejected the request objection to the United Nations Committee on Civil and Political Rights
BSC Falende rechtspraak in Nederland met schandalige doorlooptijden procedures burgers tegen overheid en de zeer ernstige partijdigheid van het rechtersleger voor bestuursorganen/overheid is ook een van de hoofdoorzaken uithollen koopkracht burgers in Nederland.© J. Hop, 16 september 2008, redacteur websites Censuur in Nederland en Groep Hop
616 Troonrede 2009 Opnieuw gaat de koopkracht burgers achteruit onder verwijzing uitgangsformule Groep Hop en Censuur In Nederland
616 Troonrede 2008 Opnieuw gaat de koopkracht burgers achteruit onder verwijzing uitgangsformule Groep Hop en Censuur In Nederland
451 Troonrede 2007 Regering heeft met regionale politiekorpsen afspraken gemaakt over bestrijding van jeugdcriminaliteit en geweld
616 Troonrede 2006 Uit onderzoek blijkt dat criminaliteit daalt. Om deze ontwikkeling te versnellen extra middelen voor de politie
272 Troonrede 2005 Geweld, drugshandel, overlast worden steviger aangepakt, Capaciteit detentie veelplegers en tbs’ers uitgebreid.
336 Troonrede 2004 Inspanningen van regering, gemeenten, politieregio's, rechterlijke macht, openbaar ministerie en gevangeniswezen beginnen hun vruchten af te werpen. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om bestuurlijke boetes op te leggen voor kleine vergrijpen en parkeerovertredingen.
616 Troonrede 2003 Voor meer veiligheid, preventie, toezicht effectief optreden van justitie en politie onontbeerlijk. Daartoe zijn verruiming van bevoegdheden en organisatorische aanpassingen dringend gewenst. Voor de openbaar aanklager, de rechter en het gevangeniswezen worden extra middelen ter beschikking gesteld opdat wangedrag snel en rechtvaardig kan worden berecht
266 Troonrede 2002 De regering wil de organisatie en bevoegdheden van politie en justitie versterken. Er komt een landelijke recherche.
378 Troonrede 2001 Daders strafbare feiten sneller opgepakt en berecht. De regering breidt capaciteit van politie en justitie verder uit.
428 Troonrede 2000 Bijzondere aandacht aan voorkomen en bestrijden van geweld op straat, jeugdcriminaliteit, zware misdaad.
433 Troonrede 1999 De overheid krijgt meer bevoegdheden voor de opsporing van strafbare feiten en de aanpak van geweld op straat.
432 Troonrede 1998 Verruiming middelen politie en justitie zal samengaan met een doeltreffender aanwending reeds beschikbare capaciteit.
439 Troonrede 1997 Voor veiliger Nederland is meer nodig dan uitsluitend grotere inspanningen van politie en justitie. Integrale veiligheidsplannen - opgesteld en uitgevoerd door overheid, bedrijven en maatschappelijke instellingen - brengen dit tot uitdrukking.
234 Troonrede 1996 Politie en justitie zullen strafrechtelijke aanpak criminaliteit verstevigen. Politie wordt verder uitgebreid. Met de bouw van meer, sobere cellen en instellingen voor tbs-veroordeelden en jeugdige criminelen wordt de gevangeniscapaciteit vergroot. Het aantal taak- en werkstraffen wordt uitgebreid.
244 Troonrede 1995 Preventie en bestrijding van criminaliteit maken een actieve samenwerking tussen de regering en de betrokken instanties dringend noodzakelijk. Voor rechtshandhaving en veiligheid worden extra middelen beschikbaar gesteld.
604 Troonrede 1994 Politie en rechtelijke organisatie worden versterkt. De regering zal plannen presenteren voor een krachtiger aanpak van de georganiseerde misdaad. Naast en in aanvulling op de bestaande kernteams wordt een landelijk rechercheteam opgericht.
603 Troonrede 1993 Afgelopen jaren zijn op terrein wetgeving en versterking van gehele justitiële keten belangrijke inspanningen verricht
359 Troonrede 1992 Reorganisatie politie moet in 1993 haar beslag krijgen. De stijging van het aantal geweldsdelicten baart zorg. Daarom zal de capaciteit van het gevangeniswezen nog eens extra worden verbeterd en uitgebreid.
434 Troonrede 1991 Over de mogelijkheden van convenanten als alternatief voor wetgeving zal de regering in het komend jaar haar standpunt bepalen. Om meer politie op straat te kunnen hebben en beter bereikbaar te doen zijn, wil de regering het mogelijk maken dat bij de politie wachtpersoneel met beperkte opleiding kan worden aangesteld. Op het gebied van de jeugdbescherming zijn diverse maatregelen ter verbetering van de doelmatigheid in voorbereiding. Zo wordt gewerkt aan een reorganisatie waarbij de reclasseringsstichtingen, de instellingen voor voogdij en de raden voor de kinderbescherming betrokken zullen zijn.
429 Troonrede 1990 De samenleving wenst zich steeds minder aan regels wenst te houden. Mede daardoor raken de instellingen van rechtshandhaving en rechtspraak overbelast. De regering zal zich inspannen om het functioneren van ons rechtsstelsel te verbeteren en criminaliteit tegen te gaan. Een goed functionerende politie is voor de handhaving van de rechtsorde onontbeerlijk. De reorganisatie van het politiebestel is daarop gericht. Versterking van het Openbaar Ministerie en een ingrijpende reorganisatie van de rechterlijke macht zullen een betere taakvervulling van deze organen mogelijk moeten maken.
   

"Hoe heeft het Openbaar Ministerie haar juridische kooi door gebrek aan controle kunnen verlaten?" Mr. H.P. Wooldrik Hoofdofficier van Justitie arrondissementsparket Haarlem: "Eigenlijk zijn wij toch een volk van dominees en regenten. Van boven ons gesteld gezag en daar hoort ook de rechtspraak bij. De volksrechtbank met jury drukten wij meteen de kop in, terwijl de Duitsers, Belgen, Fransen en Engelsen er allemaal iets van hebben. De rechtspraak laat je niet over aan het gewone volk, vindt men, daar heb je autoriteiten voor." Bron: Groene Amsterdammer.
288 INFORMANT professor Hans Daudt Democratie in Nederland is een ilussie! In het parlement zitten geen gekozen vertegenwoordigers van het volk meer, maar benoemde mensen. Ze zien het Kamerwerk als opstapje naar een baan in het openbaar bestuur. En ja, daar moet je helaas vier jaar de politiek voor in. Die banen zijn in overvloed te vergeven - alle politieke partijen willen dezer dagen in alle regionen van het openbaar bestuur 'hun mannetje' hebben zitten. Dat is, zegt Hans Daudt, 'het handjeklap van de regenten.
407 HET GEVAAR! Het zeer gevaarlijke voorstel van wet van Tweede-Kamerlid Halsema, houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot invoering van de bevoegdheid tot toetsing van wetten aan een aantal bepalingen van de grondwet door de rechter 
102 Vraag 1 in iedere zaak Wat is DE NORM? Wat is HET GEVAAR? Hoe is de vergelijkingsmethode tot stand gekomen?
050 Het doel van de Wob is het bevorderen van een goede en democratische bestuursvoering. Dit doel wordt verwezenlijkt door u als burger de mogelijkheid te verschaffen om informatie die bij de overheid/bestuursorganen berust in te zien, dan wel verstrekt te krijgen. Op deze wijze kan de burger controle uitoefenen op de besluitvorming door en het beleid van de overheid/bestuursorganen, waaronder BJZ. Wob102verzoek1, Wob102verzoek2, Wob102verzoek3, Wob102verzoek4, Wob102verzoek5, Wob102verzoek6, Wob102verzoek7, Wob102verzoek8, Wob102verzoek9, Wob102verzoek10, Wob102verzoek11, Wob102verzoek12, Wob102verzoek13, Wob102verzoek14, Wob102verzoek15
020 Een van de sabotagetechnieken van de Staat jegens burgers is beweren dat bepaalde documenten niet openbaar gemaakt hoeven te worden zodat de burger eerst daar een proces over moet gaan voeren. Daarbij krijgt de overheid vaak hulp van een van de hoogste instantie in ons land de Raad van State
JH15 Gezellig onderonsje! Hoofdredacteur Wegener krant: "Van alle kanten kreeg ik berichten om Groep Hop dood te zwijgen"
GH Gezellig onderonsje! Hoe komt de grootste christelijke politieke partij aan stemmen? Groep Hop verkiezingsposters verwijderen!
048 Gezellig onderonsje! CDA voorstander van dubbelfunctie Officier van Justitie rechter-plaatsvervanger
089 Gezellig onderonsje! CDA voorstander van dubbelfunctie advocaat rechter-plaatsvervanger
377 Gezellig onderonsje! CDA voorstander van kruimel OvJ/pseudo Officier van Justitie! Wat voor een toga hebben zij eigenlijk aan?
476 Gezellig onderonsje! CDA MvJ Donner voorbeeld van het onder elkaar verdelen van alle belangrijke bestuurs- en juridische baantjes
267 Gezellig onderonsje! CDA MvJ Donner: "Maatschappelijke onvrede over rechtspraak politiek kanaliseren"
BSC Gezellig onderonsje! Jan Hop Groep Hop: "Waarom zijn de (bestuurlijke) nevenfuncties van de leden en secretarissen bezwaarcommissies in Nederland niet openbaar? Omdat er sprake is van "vriendjes" in de commissies bezwaarschriften om de maatschappelijke onvrede over rechtspraak politiek kanaliseren?
305 Gezellig onderonsje! OvJ weigert strafvervolging in te stellen tegen 200 rechters die nevenfuncties niet hebben opgegeven
088 Gezellig onderonsje! OvJ stuurt aangifte van een burger door naar de directeur van de Raad voor de Kinderbescherming
180 Gezellig onderonsje tussen politie, jeugdzorg, OM en rechtersleger!  

Cel 12 voor bijdehand meisje! OM weigert strafvervolging tegen daders die dochter Nienhuis/Leenders in elkaar hebben geslagen

Zijn de ouders van A. in het kader van deze "jeugdzorg DOOFPOTOPERATIE" in een ONDERONSJE op 191009 met kinderrechter BARRAU al uit het gezag gezet voordat de RVDK op 201009 een verzoekschrift ging indienen? Het antwoord is JA!

300 Gezellig onderonsje! Liegen en bedriegen is norm voor overheid en rechtersleger om kritiek op de overheid zelf te onderdrukken
005 Gezellig onderonsje! Procederen tegen Openbaar Ministerie met K.H. de Werd geeft inzicht hoe ondernemer kapot wordt gemaakt
289 Gezellig onderonsje! Gelderse Verhoormethode! Praktijkvoorbeeld hoe wordt  minderjarigen LINKE jeugdzorg projecten ingejaagd
332 INFORMANT Mr. M. Moszkowicz sr.: "Leven we nog in een rechtsstaat?"
178 INFORMANT Pim Fortuyn: "Ik zal mij na 15 mei 2002 inspannen om OM een halt toe te roepen en op de terugweg te dwingen"
285 Wederrechtelijke vrijheidsberoving. Ik zat opgesloten in de isoleercel en werd vrijgelaten de IBS beschikking niet werd afgegeven
334 Wederrechtelijke vrijheidsberoving. Wie zich niet coöperatief opstelt, kan door een overheid als geestesziek worden aangemerkt
104 Overheid start ontslagprocedures tegen medewerkers die als klokkenluider durven te fungeren wegens verstoorde verhoudingen
267 CDA Lubbers: "Atoomspion Khan in Nederland niet verder vervolgd op verzoek buitenlandse geheime dienst, dossier is zoek"
307 Reorganisatie OM door ònze Arthur is een onomkeerbaar proces dat hoe langer hoe meer op de parketten gestalte krijgt
306 Hop stelde al op 27 januari 1998 de vraag: "Is er een complot OM en Rechterlijke Macht tegen democratische rechtsstaat?"
323 Bolkenstein: "Het ziet er echter naar uit dat het OM, gesteund door rechters zich en bloc tegen minister en de Tweede Kamer keren"
109 Voor iedere topcrimineel is het van 't grootste belang dat hij in de publiciteit niet in zijn ware gedaante wordt geportretteerd"
278 Eindrapport Commissie Traa hoofdstuk 1-3  WAARSCHUWING OM: "IRT klokkenluiders hebben ambtsgeheim geschonden!"
296 Eindrapport Commissie Traa hoofdstuk 4-8 WAARSCHUWING OM: "IRT klokkenluiders hebben ambtsgeheim geschonden!"
297 Eindrapport Commissie Traa hoofdstuk 9-10 WAARSCHUWING OM: "IRT klokkenluiders hebben ambtsgeheim geschonden!"
179 Pamela Hemelrijk: "Rechters deinzen niet terug voor fraude om de Staat als deze partij aan het langste eind te laten trekken
089 De landsadvocaat vertegenwoordigt de partij van de overheid maar overlegt met rechters alsof het niets is
340 Boven de wet, het arrogante bolwerk van de Nederlandse rechters
135 Een voor de overheid partijdige rechter is te herkennen aan weigering RECHT te spreken met als grondslag de WET
301 Een voor de overheid partijdige rechter is te herkennen aan rechtspraak in strijd met procesreglement familierecht
222 Sabotagetechniek kinderrechter is verzoekschrift pas behandelen wanneer moeder en kind naar buitenland zijn vertrokken
119 Een heerlijk onderonsje in Den Haag bij de Raad van State met het gemeentebestuur van Den Haag
376 Beroep gegrond! Rechtbank Amsterdam motiveert met korte weergave van afwijzingsgronden Minister
616 Troonredes 1990-2009 met ieder jaar meer inspanningen van politie en justitie om rechtspositie burger verder uit te hollen
308 Met ieder jaar meer (geautomatiseerde) bonnenregens om burgers financieel verder uit te kleden onder mom (verkeers)veiligheid
STEM Stem NIET op CDA, PVDA, VVD en GroenLinks als u TEGEN (geautomatiseerde) bonnenregens voor paar kilometer te hard rijden bent
   

top