Waarschuwing 1997-2014! Als u onverhoopt te maken krijgt met de jeugdzorgindustrie dan kunt u te maken krijgen met SUCCESVOLLE TEGENWERKING (080) van de beroepsgroepen jeugdzorg, RvdK, gemeente, school en rechtspraak met als enig oogmerk het veilig stellen van geld, werkgelegenheid en eindejaarstoeslagen voor personeel in de jeugdzorgindustrie. Met de gratis publicaties op mijn websites, door gebruik te maken van modellen bespaart u geld, tijd en energie. U herkent "succesvolle tegenwerking" en "de VIJFDE WET" van Hop. U begrijpt hoe u steeds opnieuw bedonderd wordt in (knippen en plakken) beschikkingen en (geheim) PV door de beruchte beroepsgroep (kinder)rechters. Veel leesplezier in emotioneel soms lastige tijden. J. Hop Ermelo. (679)(727)(728)(730)

Referentie 1: Bron Memo Openbaar Ministerie Team Gevoelige Zaken over Hop 4 juni 2012 Daphne van der Kolk aan Ron Tenge Citaat: De heer Hop is een kinderbeschermingdeskundige die veel families en ouders bijstaat wanneer zij te maken krijgen met de Raad voor de Kinderbescherming en andere jeugdzorg instanties. Hij is van huis uit geen jurist of hulpverlener maar heeft in de loop der tijd veel ervaring opgedaan met dergelijke zaken. Daarbij laat hij zich zeer kritisch uit over deze instanties. Tevens is hij oprichter van de (gemeentelijke) politieke partij Groep Hop. Zie ter info de site www.burojeugdzorg.nl, geen website van BJZ, maar een domeinnaam geclaimd en ingevuld door de heer Hop.

Referentie 3: Bron advocaat jeugdzorg op hoorzitting Hof van Discipline 150304: "Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X .

Vraag iedereen die u kent in gemeenten waar Groep Hop © meedoet aan verkiezingen gemeenteraad 2014 vooral Groep Hop te stemmen.

Censuur in Nederland ©
Groep Hop ©

 

Wob hoger beroep bij Raad van State gegrond met Hop als procesvertegenwoordiger. Resultaat voor de burger? Kenmerk organisatiecriminaliteit in de jeugdzorg: "Treiteren van ouders door het rekken, frustreren en uithollen van Wob-procedures met weerzinwekkende doorlooptijden bij de jeugdzorg en het door de koningin benoemde INTEELT rechtersleger"

(3) Geschiedenis 23 augustus 2007! Drie hoger beroepen met bijlagen tegen besluiten van de jeugdzorg ingeleverd bij Raad van State
Ouders met gezond verstand en een huis-, tuin- en keukenmentaliteit die in Gelderland met "jeugdzorg" en rioolrechtspraak van Arnhemse kinderrechters te maken krijgen weten niet wat hen overkomt! De start van de werkwijze van de jeugdzorg in Gelderland is niet alleen gebaseerd op "verzonnen verhalen" tegen ouders maar ook op het weghalen van kinderen met als grondslag "verzonnen verhalen" tegen de ouders waarbij de jeugdzorg er voor hun gemak steeds vanuit gaat dat door de koningin benoemde ernstig gedragsgestoorde rancuneuze INTEELT kinderrechters toch nergens naar kijken. Ouders zijn kansloos tegen ernstig gedragsgestoorde kinderrechters in Arnhem zo partijdig als de pest voor hun maatjes bij de jeugdzorg en RvdK.

Ongelijk doorlooptijden steeds opnieuw voor de ouders van kinderen alweer een kenmerk organisatiecriminaliteit jeugdzorg. Wat waren de DOORLOOPTIJDEN van deze drie HOGER BEROEPZAKEN bij het rechtersleger als burgers tegen hun "jeugdzorg maatjes" durven procederen als kenmerk van rioolrechtspraak in Nederland bij kinderbeschermingsmaatregelen?

816 Betreft: Hoger beroep tegen BARRAU uitspraak 146281 / JERK 06-16511 van 30 mei 2007 (verzonden op 11 juni 2007) van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem.

815 Betreft: Hoger beroep tegen BARRAU uitspraak 150472/JZ RK 07-8006 van 21 juni 2007 (verzonden op 12 juli 2007) van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem.

817 Betreft: Hoger beroep tegen BARRAU uitspraak 151579 / JZRK 07-8012 van 21 juni 2007 (verzonden op 12 juli 2007) van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem.

 

 

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 21 juni 2007 in zaak nr. 150472, voor zover hierbij het beroep tegen het besluit van 27 maart 2007 ongegrond is verklaard; III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep in zoverre gegrond; IV. vernietigt het besluit van de stichting Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland van 27 maart 2007

 

 

zaaknummer   200705254/1
datum van uitspraak   woensdag 4 juni 2008
tegen   de stichting Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland
proceduresoort   Hoger beroep    
rechtsgebied   Kamer 3 - Hoger Beroep - Wet openbaarheid van bestuur    
 
200705254/1.
Datum uitspraak: 4 juni 2008

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], beiden wonende te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 21 juni 2007 in zaak
nr. 150472 in het geding tussen:

[appellanten]

en

de stichting Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 november 2006 is het door [appellanten] bij de stichting Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland (hierna: de stichting) gemaakte bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op hun verzoeken om verstrekking van informatie betreffende hun minderjarige zoon, niet-ontvankelijk verklaard.

Bij brief van 9 november 2006 hebben [appellanten] daartegen beroep ingesteld.

Bij besluit van 27 maart 2007 heeft de stichting het besluit van
7 november 2006 wegens een bevoegdheidsgebrek ingetrokken en op gelijke wijze beslist als bij laatstgenoemd besluit.

Bij uitspraak van 21 juni 2007, verzonden op 12 juli 2007, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep, voor zover thans van belang, ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 juli 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 22 augustus 2007.

De stichting heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 april 2008, waar [appellanten], bijgestaan door [gemachtigde], en de stichting, vertegenwoordigd door mr. I.J.M. Schepens en mr. A. Wasser, beiden in dienst van de stichting, waarvan eerstgenoemde tevens advocaat is, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder b, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) wordt in deze wet onder bestuurlijke aangelegenheid verstaan een aangelegenheid die betrekking heeft op beleid van een bestuursorgaan, daaronder begrepen de voorbereiding en de uitvoering ervan.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

Ingevolge het tweede lid vermeldt de verzoeker bij zijn verzoek de bestuurlijke aangelegenheid of het daarop betrekking hebbend document, waarover hij informatie wenst te ontvangen.

Ingevolge artikel 35, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: de Wbp), voor zover thans van belang, heeft de betrokkene het recht zich vrijelijk en met redelijke tussenpozen tot de verantwoordelijke te wenden met het verzoek hem mede te delen of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt.

Ingevolge artikel 105 van de Wet op de jeugdzorg (hierna: de Wjz), voor zover thans van belang, geldt een beslissing van de stichting op een verzoek als bedoeld in artikel 35 van de Wbp, ook voor zover de stichting de beslissing heeft genomen als bestuursorgaan, voor de toepassing van hoofdstuk 8 van die wet [de rechtsbescherming], als een beslissing genomen door een ander dan een bestuursorgaan.

2.2. Bij brief van 8 september 2006, herhaald op 20 september 2006, hebben [appellanten] de stichting, in het kader van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van hun zoon, verzocht om een afschrift van:

1. het formulier schriftelijke aanmelding;

2. alle vragenlijsten die bij het opstellen van het hulpverleningsplan zijn gebruikt;

3. alle indicatierapporten;

4. alle al dan niet interne hulpverleningsplannen;

5. een compleet contactjournaal;

6. het normenrapport netwerkonderzoek;

7. het normenrapport onderzoek hulpverleningsplan;

8. het normenrapport onderzoek opvoedingsplan;

9. het normenrapport onderzoek verzorgingsplan;

10. het normenrapport onderzoek criteria geschiktheid ouders.

Voorts hebben zij in hun brieven enkele vragen gesteld die hiermee verband houden.

2.3. In het besluit van 27 maart 2007 heeft de stichting zich op het standpunt gesteld dat het beslissen, waaronder het niet tijdig beslissen, op het verzoek ingevolge artikel 105 van de Wjz geldt als een beslissing genomen door een ander dan een bestuursorgaan, zodat hiertegen geen bezwaar openstaat en het door [appellanten] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

2.4. De rechtbank heeft ten aanzien van de onder punten 1, 3, 4 en 5 genoemde documenten, waaronder ook de onder punt 2 genoemde documenten moeten worden begrepen, vastgesteld dat deze specifiek zien op de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de zoon van [appellanten] en dat zij het verzoek om afschriften hiervan hebben gedaan in hun hoedanigheid van ouders. Vervolgens heeft de rechtbank overwogen dat niet is gebleken van een publiek belang dat met de openbaarmaking van deze gegevens zou zijn gediend en dat het gelet op de persoonlijke en privacygevoelige gegevens geenszins de bedoeling van [appellanten] zal zijn deze gegevens openbaar te maken. Ten aanzien van de onder punten 6 tot en met 10 genoemde documenten heeft de rechtbank overwogen dat de stichting onweersproken heeft gesteld dat zij niet over deze documenten beschikt. Er kan derhalve geen inzage hierin worden gegeven. Op grond van het voorgaande is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het verzoek van [appellanten] niet gebaseerd kan zijn op de Wob. Volgens haar kan het verzoek ten aanzien van de documenten genoemd onder punten 1 tot en met 5 worden aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 35 van de Wbp.

2.5. [appellanten] voeren aan dat, samengevat weergegeven, de rechtbank door te overwegen dat hun verzoek niet op de Wob kan zijn gebaseerd, heeft miskend dat de verzochte informatie betrekking heeft op het beleid van een bestuursorgaan, daaronder begrepen de voorbereiding en uitvoering ervan, en derhalve op een bestuurlijke aangelegenheid. Zij stellen dat met het verzoek ten aanzien van de onder punten 1 tot en met 5 genoemde documenten uitdrukkelijk niet is beoogd een beroep op artikel 35 van de Wbp te doen.

2.5.1. Dit betoog slaagt. De door [appellanten] verzochte informatie heeft betrekking op een bestuurlijke aangelegenheid, aangezien deze informatie verband houdt met de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van hun zoon. De stichting treedt daarbij, gelet op de haar ingevolge de Wjz toebedeelde taken, op als bestuursorgaan. Gelet op de tekst van het verzoek bestond geen aanleiding om aan te nemen dat dit was gebaseerd op artikel 35 van de Wbp. De omstandigheden dat de onder punten 1 tot en met 5 genoemde documenten persoonlijke en privacygevoelige gegevens bevatten en de stichting heeft gesteld dat de onder punten 6 tot en met 10 genoemde documenten niet bestaan, leiden niet tot een ander oordeel, omdat deze aspecten niet van belang zijn voor beantwoording van de vraag of een verzoek om informatie is gebaseerd op de Wob, maar voor beantwoording van de daaropvolgende vraag of een Wob-verzoek zou kunnen worden ingewilligd. Voorts hebben [appellanten] ter zitting in beroep en hoger beroep uitdrukkelijk te kennen gegeven dat hun verzoek op de Wob was gebaseerd. Door te overwegen dat het verzoek niet op die wet gebaseerd kŠn zijn, heeft de rechtbank niet onderkend dat [appellanten] een Wob-verzoek hadden ingediend waarop de stichting had moeten beslissen.

2.6. Uit het vorenoverwogene volgt dat het hoger beroep gegrond is en dat de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd voor zover daarbij het beroep tegen het besluit van 27 maart 2007 ongegrond is verklaard. Hetgeen voor het overige over de documenten en de handelwijze van de stichting is aangevoerd, behoeft geen bespreking. Doende hetgeen de rechtbank had behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van [appellanten] tegen het besluit van 27 maart 2007 alsnog gegrond verklaren en dat besluit vernietigen. De stichting dient met inachtneming van deze uitspraak inhoudelijk op het door [appellanten] gemaakte bezwaar te beslissen.

2.7. Voorts voeren [appellanten] aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat, nu geen sprake is geweest van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand niet is gebleken van proceskosten, omdat de rechtbank daarbij heeft miskend dat zij gedurende de procedure zijn bijgestaan door J. Hop, zodat zij voor vergoeding van hun proceskosten in aanmerking komen.

2.7.1. Dit betoog faalt, aangezien geen aanknopingspunten bestaan om aan te nemen dat de gemachtigde van [appellanten] als beroepsmatig rechtsbijstandverlener, als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, kan worden beschouwd. Hierbij is in aanmerking genomen dat J. Hop ter zitting onvoldoende inzicht heeft gegeven in de omvang van zijn activiteiten, zodat niet kan worden aangenomen dat het verlenen van rechtsbijstand een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van een inkomen gerichte taakuitoefening. Voorts is van belang dat hij ter zitting heeft gesteld niet over enige juridische of andere voor het verlenen van rechtsbijstand relevante scholing te beschikken.

2.8. Om dezelfde reden kan er in hoger beroep geen sprake zijn van vergoeding van de door [appellanten] in verband met de door J. Hop verleende bijstand gemaakte kosten. Van andere proceskosten die van hun zijde voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken. Voor een veroordeling van [appellanten] in de door de stichting in hoger beroep gemaakte proceskosten, als door haar verzocht, is geen aanleiding, nu niet kan worden gesproken van misbruik van procesrecht door het instellen van hoger beroep.

2.9. Voor zover [appellanten] in hoger beroep hebben verzocht om schadevergoeding, gebaseerd op artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht, hebben zij dat verzoek in het geheel niet onderbouwd en kan het reeds daarom niet voor inwilliging in aanmerking komen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 21 juni 2007 in zaak nr. 150472, voor zover hierbij het beroep tegen het besluit van 27 maart 2007 ongegrond is verklaard;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep in zoverre gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de stichting Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland van 27 maart 2007;

V. gelast dat de stichting Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland aan [appellanten] het door hen betaalde griffierecht ten bedrage van € 355,00 (zegge: driehonderdvijfenvijftig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, voorzitter, en mr. Ch.W. Mouton en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.U. Kallan, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Kallan
voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2008

18-506.

 

 

Betreft: Hoger beroep tegen uitspraak 150472/JZ RK 07-8006 van 21 juni 2007 (verzonden op 12 juli 2007) van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem.

 

 

Aan: De Raad van State,

Afdeling bestuursrechtspraak,

Postbus 20019,

2500 EA ’s-Gravenhage

 

Dieren, 22 augustus 2007.

 

Geacht College,

 

Hierbij teken ik hoger beroep aan tegen de volgende overwegingen uit de uitspraak 150472/JZ RK 07-8006 van 21 juni 2007 (verzonden op 12 juli 2007) van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem en wel op grond van de volgende motivatie:

 

Overwegingen waartegen ik hoger beroep aanteken.

 

 

1.  Op blz. 2 staat de volgende overweging:

 

Overweging

 

De rechtbank is van oordeel dat het bezwaarschrift van eisers moet worden aangemerkt als gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit als bedoeld in artikel 6.2 onder b van de Awb.

 

Hoger beroep op deze overweging.

 

Omdat er sprake is geweest van het niet tijdig nemen van een besluit dient het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond te worden verklaard.

 

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat er sprake is van een onzorgvuldig besluit dan wel dat het besluit berust op een ondeugdelijke motivering en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.

 

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en het bezwaarschrift van eisers alsnog ontvankelijk te verklaren.

 

 

 

2.  Op blz. 2 staat de volgende overweging:

2.  Op blz. 4 staat de volgende overweging:

 

Overweging

 

2.  Op blz. 2 staat de volgende overweging:

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder b, van de Wet Openbaarheid van Bestuur (hierna: WOB) wordt in de WOB en de daarop rustende bepalingen onder een bestuursrechtelijke aangelegenheid verstaan een aangelegenheid die betrekking heeft op het beleid van een bestuursorgaan, daaronder verstaan de voorbereiding en de uitvoering ervan.

 

2.  Op blz. 4 staat de volgende overweging:

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het vooromschreven verzoek van eisers niet gebaseerd kan zijn op de WOB

 

 

 

Gronden voor beroep.

 

Eisers hebben een verzoek ingediend om afgifte van de volgende informatie welke informatie betrekking heeft op het beleid van een bestuursorgaan, daaronder verstaan de voorbereiding en de uitvoering ervan.

 

14.1 Verzoeker verzoekt de Stichting om de volgende informatie om zelf normen en gevaren in deze zaak vast te stellen. Verzoeker kan vergelijken of aan de norm wordt voldaan en verzoeker kan kijken hoe de vergelijkingsmethode tot stand is gekomen.
14.2 Verzoek om afschrift van ALLE vragenlijsten van Bureau Jeugdzorg die u heeft gebruikt om plannen op te stellen.
14.3 Verzoek om afschrift formulier schriftelijke aanmelding met daarin aangekruist ……N HOOFDREDEN en alle aangekruiste algemene redenen?
14.4 Verzoek om verzoeker schriftelijk te informeren op welke manier wordt vergeleken of aan de norm wordt voldaan?
14.5 Verzoek om verzoeker schriftelijk te informeren hoe deze vergelijkingsmethode tot stand gekomen?
14.6 Verzoek afschrift normenrapport netwerkonderzoek? Indien er geen normenrapport netwerkonderzoek is, antwoord op de vraag waarom niet?
14.7 Verzoek afschrift normenrapport onderzoek (intern) hulpverleningsplan en plan van aanpak? Indien er geen normenrapport onderzoek (intern) hulpverleningsplan en plan van aanpak, antwoord op de vraag waarom niet?
14.8 Verzoek afschrift Normenrapport onderzoek opvoedingsplan? Indien er geen normenrapport onderzoek opvoedingsplan is, antwoord op de vraag waarom niet?
14.9 Verzoek afschrift Normenrapport onderzoek verzorgingsplan? Indien er geen normenrapport onderzoek verzorgingsplan is, antwoord op de vraag waarom niet?
14.10 Verzoek afschrift Normenrapport onderzoek criteria geschiktheid ouders? Indien er geen normenrapport onderzoek criteria geschiktheid ouders is, antwoord op de vraag waarom niet?

 

Eisers zijn van mening dat bovengenoemde verzoeken zijn gebaseerd op de Wob omdat deze informatie betrekking heeft op het beleid van een bestuursorgaan, daaronder verstaan de voorbereiding en de uitvoering ervan.

 

Onomstotelijk staat vast dat er sprake is geweest van het niet tijdig nemen van een besluit inzake bovengenoemde verzoeken.

 

Ter zitting heeft verweerder ALLEEN VERKLAARD niet over de gevraagde normenrapporten te beschikken maar weigerde verweerder antwoord te geven op het verzoek van eisers antwoord te geven op de vraag waarom niet bij ieder verzoek.

Verweerder heeft eisers ten onrechte geen (tijdig) schriftelijk besluit toegestuurd waarin schriftelijk wordt bevestigd dat verweerder niet over de gevraagde normenrapporten beschikt.

 

Het werk van de Raad voor de Kinderbescherming is gebaseerd op het normenrapport. De Raad kan op een werkwijze gebaseerd op normen aangesproken worden.

 

De Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland zegt niet over de gevraagde normenrapporten te beschikken. De werkwijze van de Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland is dus gebaseerd op WILLEKEUR!

 

Jeugdbescherming op basis van WILLEKEUR is in strijd met internationaal verdrag inzake de rechten van het kind, met de algemene rechtsbeginselen en in strijd met 6 EVRM en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.

 

Verweerder weigert op verzoek van eisers hen te informeren inzake het verzoek

14.4 Verzoek om verzoeker schriftelijk te informeren op welke manier wordt vergeleken of aan de norm wordt voldaan?
14.5 Verzoek om verzoeker schriftelijk te informeren hoe deze vergelijkingsmethode tot stand gekomen?

 

Jeugdbescherming waar niet wordt gekeken op welke manier aan de norm wordt voldaan en ook niet wordt gekeken hoe de vergelijkingsmethode tot stand is gekomen is in strijd met internationaal verdrag inzake de rechten van het kind, met de algemene rechtsbeginselen en in strijd met 6 EVRM en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.

 

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat er sprake is van een verzoek Wob, van een onzorgvuldig besluit dan wel dat het besluit berust op een ondeugdelijke motivering en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.

 

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en het bezwaarschrift van eisers alsnog ontvankelijk te verklaren.

 

 

 

 

3.  Op blz. 4 staat de volgende overweging:

 

Overweging

 

Het verzoek van eisers om afschriften omschreven onder 1 tot en met 4 kan wel worden aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 35 van Wet Bescherming Persoonsgegevens.

 

Gronden voor beroep.

 

Het niet verstrekken van de gevraagde gegevens is in strijd met HVRM Mantovelli

 

1.  Verzoek om afschrift formulier schriftelijke aanmelding

Primair. Eisers zijn van mening dat een verzoek om afschrift formulier schriftelijke aanmelding niet kan worden aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 35 van Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Secundair. Indien een verzoek om afschrift formulier schriftelijke aanmelding WEL kan worden aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 35 van Wet Bescherming Persoonsgegevens dan dient de Stichting het formulier schriftelijke aanmelding niet te weigeren maar gelijk op verzoek te verstrekken zodat eisers de gegevens op het formulier schriftelijke aanmelding op juistheid kunnen controleren.

Ten derde. Verweerder heeft eisers ten onrechte niet schriftelijk meegedeeld waarom verweerder aan eisers afschrift formulier schriftelijke aanmelding weigert en daarmee wordt de indruk gewekt dat verweerder voor eisers veel te verbergen heeft.

 

2.  Verzoek afschrift alle indicatierapporten.

Primair. Eisers zijn van mening dat een verzoek om afschrift alle indicatierapporten niet kan worden aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 35 van Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Secundair. Indien een verzoek om afschrift alle indicatierapporten WEL kan worden aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 35 van Wet Bescherming Persoonsgegevens dan dient de Stichting afschrift alle indicatierapporten niet te weigeren maar gelijk op verzoek te verstrekken in het kader van een gelijkwaardig hulpverleningsproces

Ten derde. Verweerder heeft eisers ten onrechte niet schriftelijk meegedeeld waarom verweerder aan eisers afschrift alle indicatierapporten weigert en daarmee wordt de indruk gewekt dat verweerder voor eisers veel te verbergen heeft.

 

 

3.  Verzoek afschrift alle (interne) hulpverleningsplannen

Primair. Eisers zijn van mening dat een afschrift alle (interne) hulpverleningsplannen niet kan worden aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 35 van Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Secundair. Indien een verzoek om afschrift alle (interne) hulpverleningsplannen WEL kan worden aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 35 van Wet Bescherming Persoonsgegevens dan dient de Stichting afschrift alle (interne) hulpverleningsplannen niet te weigeren maar gelijk op verzoek te verstrekken in het kader van een gelijkwaardig hulpverleningsproces

Ten derde. Verweerder heeft eisers ten onrechte niet schriftelijk meegedeeld waarom verweerder aan eisers afschrift formulier schriftelijke aanmelding weigert en daarmee wordt de indruk gewekt dat verweerder voorn eisers veel te verbergen heeft.

Ten vierde. Eisers zijn van mening dat er meerdere hulpverleningsplannen over dezelfde periode zijn gemaakt die niet met eisers zijn besproken. Eisers willen weten waarom er meerdere hulpverleningsplannen over dezelfde periode zijn gefabriceerd.

 

 

4.  Verzoek afschrift compleet contactjournaal.

Primair. Eisers zijn van mening dat een afschrift compleet contactjournaal. niet kan worden aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 35 van Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Secundair. Indien een verzoek om afschrift compleet contactjournaal WEL kan worden aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 35 van Wet Bescherming Persoonsgegevens dan dient de Stichting afschrift compleet contactjournaal niet te weigeren maar gelijk op verzoek te verstrekken in het kader van een gelijkwaardig hulpverleningsproces

Ten derde. Verweerder heeft eisers ten onrechte niet schriftelijk meegedeeld waarom verweerder aan eisers afschrift compleet contactjournaal weigert en daarmee wordt de indruk gewekt dat verweerder voorn eisers veel te verbergen heeft.

Ten vierde. De Raad voor de Kinderbescherming verstrekt op verzoek van burgers ook gelijk afschrift van een compleet contactjournaal.

 

Voorts hebben eisers aangevoerd dat er sprake is van een onzorgvuldig besluit dan wel dat het besluit berust op een ondeugdelijke motivering.

 

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat er sprake is van een onzorgvuldig besluit dan wel dat het besluit berust op een ondeugdelijke motivering en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.

 

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en bezwaarschrift van eisers alsnog ontvankelijk te verklaren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5.  Op blz. 4 staat de volgende overweging:

 

Overweging

 

Blijkens artikel 105 van de wet op de jeugdzorg is een beslissing van verweerder op een verzoek als bedoeld in artikel 35 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens geen beslissing door een bestuursorgaan.

 

Gronden voor beroep.

 

Eisers hebben hun verzoek ingediend met als grondslag WOB!

 

Eisers hebben GEEN verzoek ingediend als bedoeld in artikel 35 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens

 

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en het bezwaarschrift van eisers alsnog ontvankelijk te verklaren.

 

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat eisers hun verzoek hebben ingediend met als grondslag WOB en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.

 

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en bezwaarschrift van eisers alsnog ontvankelijk te verklaren.

 

 

 

5.  Op blz. 4 staat de volgende overweging:

 

Overweging

 

Nu verweerder niet als bestuursorgaan een beslissing op eisers verzoek kan nemen kan een zodanige beslissing dan wel het uitblijven van een beslissing niet worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb en kan daartegen ingevolge de artikelen 8.1 juncto 7.1 Awb geen –ontvankelijk- bezwaar worden gemaakt. Verweerder heeft bij het bestreden besluit van eisers van 21 oktober 2006 dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hiertegen ingediende beroep dient derhalve ongegrond te worden verklaard.

 

Gronden voor beroep.

 

Verweerder kan WEL als bestuursorgaan een beslissing op eisers verzoeken kan nemen. Een zodanige beslissing dan wel het uitblijven van een beslissing kan wel worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb en kan daartegen ingevolge de artikelen 8.1 juncto 7.1 Awb wel –ontvankelijk- bezwaar worden gemaakt. Verweerder heeft bij het bestreden besluit van eisers van 21 oktober 2006 dan ook onterecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hiertegen ingediende beroep dient derhalve gegrond te worden verklaard.

 

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat er sprake is van strijd met internationaal verdrag inzake de rechten van het kind, met de algemene rechtsbeginselen en in strijd met 6 EVRM en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.

 

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en bezwaarschrift van eisers alsnog ontvankelijk te verklaren.

 

 

6.  Op blz. 5 staat de volgende overweging:

 

Overweging

 

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel, dat de stellingen van eisers tegen het bestreden besluit II geen doel treffen. Het beroep dient dan ook in zoverre ongegrond te worden verklaard.

 

Gronden voor beroep.

 

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat de stellingen van eisers tegen het bestreden besluit II wel doel treffen en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.

 

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en bezwaarschrift van eisers alsnog gegrond te verklaren.

 

 

 

 

8.  Op blz. 5 staat de volgende overweging:

 

Overweging

 

De rechtbank is evenwel niet gebleken van proceskosten nu geen sprake is geweest van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 8.75 van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht

 

Gronden voor beroep.

 

In de beschikking staat dat eisers, vertegenwoordigd zijn door J. Hop.

 

Bezwaar- en beroepschriften zijn opgesteld door J. Hop.

 

Op de hoorzitting rechtbank Arnhem zijn eisers door Hop bijgestaan.

 

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat wel gebleken is van proceskosten nu er wel sprake is geweest van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 8.75 van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en proceskostenveroordeling toe te wijzen.

 

 

 

Machtiging procesvertegenwoordiging. Ondergetekenden machtigen de heer J. Hop, Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo om haar/hem te vertegenwoordigen bij het instellen en verder behandelen van verzoekschriften, verweerschriften, bezwaarschriften, beroepschriften, aanvraag voorlopige voorzieningen en verzoek wraking kinderrechter zulks met het recht van vervanging.

 

 

Hoogachtend.

 

J. LEENDERS, de moeder belast met het gezag

R.J.C. NIENHUIS, de vader belast met het gezag

wonende Spoorstraat 31, 6953 BW Dieren, gemeente Rheden

 

 

 

 

 

Handtekening                            handtekening

 

 

 

Conclusie.

 

Nu op grond van vorenstaande is vast komen te staan dat de Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland eisers in hun bezwaarschrift ontvankelijk hadden moeten verklaren verzoek ik u de bestreden uitspraak van de rechtbank op deze punten te vernietigen.

 

Tevens verzoek ik u alle onderliggende besluiten van Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland te vernietigen en hen op grond van artikel 8:73; 8:74 en 8;75 Awb te veroordelen tot betaling van alle door mij gemaakte kosten en schade.

 

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en bezwaarschrift van eisers tegen besluit 7 november 2006 en het besluit van 27 maart 2007 besluit II alsnog gegrond te verklaren.

 

Ook verzoek ik u mij in dit hoger beroep in ieder geval te horen.

 

Tenslotte richt ik aan u het nadrukkelijk verzoek dit hoger beroep niet gevoegd of vermengd uit te spreken met andere hogere beroepen.

 

 

Gemachtigde,

 

 

 

 

J.Hop

 

 

Bijlagen:

 

Proforma hoger beroep 20 juli 2007

 

Uitspraak 150472/JZ RK 07-8006 van 21 juni 2007 (verzonden op 12 juli 2007) van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem.`

 

Modelverzoek 8 september 2006

 

Herhaald verzoek 20 september 2006

 

Besluit 17 november 2006

 

Bezwaarschrift 21 oktober 2006

 

Beslissing op bezwaar 7 november 2006

 

Beroepschrift 9 november 2006.

 

Verweerschrift 21 februari 2007

 

Nieuw besluit 27 maart 2007

 

Pleitnotities 10 mei 2007

 

 

 

Tot uw dienst. Gratis informatie voor de burger bij problemen met school, jeugdzorg, gemeente, rechtspraak

Welke onderstaande informatie kan verbeterd worden om uw kennis om te zetten in informatie voor de Groep Hop netwerken uit uw gemeente zodat burgers na u informatie beter kunnen toepassen?
Wie zoekt contact met andere burgers uit uw (naburige)gemeente om samen te werken, informatie uit te wisselen?
721 De gevaren van de rechtspraak in Nederland, door J. Hop
007 U begint met systematisch werken, probeert jeugdzorgpersoneel uit te horen tijdens ieder gesprek
134 Zorg dat u de omschrijving van een verdachte goed kent en ook steeds opnieuw toepast!
003 De zes wetten van Hop, uitgangspunt in iedere procedure
080 Succesvolle tegenwerking van ouders door "jeugdzorg" bij kinderbeschermingsmaatregelen
123 Organisatiecriminaliteit. Hop: Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is fraude!
550 Model informatieverzoek justitieel informatieregister Info: (OM)
355 Model informatieverzoek politie
173 14-daags informatieverzoek school bij kinderbeschermingsmaatregelen
464 Model informatieverzoek school m.b.t. welzijn en ontwikkeling minderjarige
465 Model informatieverzoek school m.b.t. afschrift complete dossiers
102 Model informatieverzoek bureau jeugdzorg Info: (20)(815)
226 Model informatieverzoek bureau jeugdzorg, incl. verzoek OR, beŽindiging UHP
575 Model informatieverzoek Voorziening voor Pleegzorg Info: (505)
110 Model informatieverzoek gemeente. Info: (623)
664 Model klacht geen ontvangstbevestiging binnen 14 dagen Info: (653)(470)
227 Faxverzoek aan de kinderrechter direct faxen na ontvangst van een oproep hoorzitting
756 Faxverzoek aan de kantonrechter/politierechter direct faxen na ontvangst van een oproep hoorzitting
360 Model verweerschrift tegen verzoekschrift RvdK om OTS van uw kind
361 Model verweerschrift tegen verzoekschrift RvdK om machtiging uithuisplaatsing van uw kind
418 Vervang parkeerbedrijf door jeugdzorg en/of RvdK mbt de bewijslast
Kloppen de nevenfuncties bestuurders gemeente
Info Hop:A-B-C-D-E-F-G-H-I-J-K-L-M-N-O-P&Q-R-S-T-U-V-W-X-Y-Z
Welke kandidaten/bestuurders in uw gemeente hadden/hebben niet opgegeven baantjes in de stembureaus tijdens verkiezingen gemeenteraad om de uitslag te beÔnvloeden door zelf stemmen te tellen, stemmen van andere partijen op het stapeltje van de eigen partij te leggen en/of stemmen van andere partijen ongeldig te maken en/of nog even een praatje te maken in het stembureau om de kiezer vlak voor dat deze gaat stemmen te kunnen beÔnvloeden?
Tenslotte heeft u een kopie ontvangen van het contract dat is afgesloten tussen jeugdzorg en gemeente met daaronder welke namen en handtekeningen om de jeugdzorg over te dragen naar de gemeente en is dit contract in uw gemeente wel of niet in de gemeenteraad besproken? Indien neen, waarom niet?
Correcties, verbeteringen, aanvullingen internet informatie, procedureel weerwerk tegen de jeugdzorgindustrie
Contact Dhr. J. Hop)

 

 

top
Censuur en organisatiecriminaliteit in Nederland ©
De website(s) www.burojeugdzorg.nl (org, net, com) www.bureaujeugdzorg.nl (org, net, com) zijn het eigendom van verzetsstrijder, politicus, schrijver, journalist Dhr. J. Hop, Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo. Plaats uitgave: Ermelo. Uitgever: Hop Ermelo. Disclaimer 2014 en vrijwaring. Op al deze websites van Hop is een 2014 disclaimer van toepassing. Procedures inzake publicatie van nieuwsfeiten, vrijheid van drukpers, belemmering vrijheid van meningsuiting, belemmering politieke activiteiten, gerechtvaardigde verdediging van Hop tegen improductieve bureaucratie en/of voor de overheid vrijwel altijd partijdige rechtspraak tegen politicus, schrijver, journalist Hop uitsluitend via de rechtbank Gelderland (dan weet ik immers van tevoren dat ik vrijwel zeker wordt genaaid zoals bijvoorbeeld ook weer in 2014 met het een jaar lang onbehandeld laten liggen van mijn beroepschriften Hop tegen de gemeente Ermelo waarbij de partijdige smeerlappen van die rechtbank Gelderland niet eens gekeken hebben tegen welk besluit ik beroep instelde maar weerzinwekkend partijdig als papegaaien de gemeente Ermelo bleven napraten. Ik heb mijn beroepschriften vervolgens na een jaar ingetrokken. IK WIL HET DOOR MIJ BETAALDE GRIFFIEGELD (721) HOP TEGEN ERMELO VAN DIE RECHTBANK GELDERLAND TERUG) met gelijktijdig verzoek om beeld- en geluidsopnames te mogen maken van de complete hoorzitting t.b.v. publicatie op bovengenoemde websites. Door mijn website te raadplegen accepteert u mijn vrijwaring. Hop streeft ernaar, op een integere wijze, dat alle informatie op de websites correct is. Hop verleent ten aanzien van die informatie echter geen enkele garantie, noch kan Hop worden geacht een dergelijke garantie stilzwijgend te hebben verleend. Hop zal in geen geval aansprakelijk zijn voor schade van welke aard dan ook, waaronder directe, indirecte of gevolgschade, voortvloeiend uit of in verband met het gebruik of betreden van deze website.